SOLO ACTUEEL

SOLO ACTUEEL

ACTUEEL

Columns, actualiteiten, rariteiten en markante feiten...

Revisie

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, June 14, 2018 09:09

De eerste keer. Het is me wat. De spanning, de stress. De verwachtingen en alles dat erbij komt kijken. Waar begin je aan zo in je jonge tienerjaren? Het grote avontuur. Het is jouw tijd. En je gaat dat allemaal meemaken. En hoe…

Er kwam een dag dat het ook voor mij zo ver zou zijn. Verkrampt door diverse dwangneuroses en angsten uiteraard iets later dan de gemiddelde jongeman, maar toch nog redelijk op tijd en ruimschoots voor het huwelijk. Zoals bij lastige dingen had ik me er alle mogelijke voorstellingen van gemaakt, om in nadering van het moment dit uiteindelijk weer alles los te laten. De eerste keer kun je uiteraard maar één keer doen, dus dan wil je wel dat het wat wordt. En mijn eerste keer is het memoreren waard gebleken.

Het meisje waarmee ik het voor de eerste keer zou gaan doen had ik bijtijds op de avond opgehaald. Ik had verzonnen dat we naar een vriend van me thuis konden gaan en daar vast wel ‘het’ konden doen terwijl de andere jongens beneden zopen en blowden. Weinig romantisch wellicht, maar als je zeventien bent en de rest van je vriendenkring loopt er al over op te scheppen, dan moet je ook wel. Denk je dan, of dat vertellen je hormonen je dan wel. Het had een zeer middelmatige, weinig memorabele, eerste keer kunnen worden.

Ware het niet dat plan A niet doorging. De vriend waar ik alles gepland had was niet thuis. Als milde autist kun je dan twee dingen doen. Dat is opgeven, alles laten varen en vastlopen, of als een stormram van vlees en bloed een weg vinden die zich niet gebaand weet door vanzelfsprekendheid. De chemie in mijn hersenen noopten me tot het tweede. Het verbaast me achteraf nog steeds dat het vijftienjarige meisje dat mijn vriendinnetje was, me in mijn blinde dadendrang gevolgd is. Het beste plan B dat ik in vijf minuten kon verzinnen was een huis dat onder aan de dijk stond. Een oude pastorie. Daar woonden hippies had ik gehoord. En zoals we allemaal weten zijn die van de vrije liefde. Dus leek het me gepast aan te bellen, alles heel simpel en feitelijk uit te leggen en vervolgens mijn maagdelijkheid eraan op te geven. Lang leve de innerlijke aspergerheid.

In mijn ene hand de hand van mijn vriendinnetje en aan mijn andere vinger de bel. Ik belde aan. Maar er werd niet opengedaan. Nogmaals belde ik aan. En nog een keer. En nog een keer. Tot ik me realiseerde dat ook dit plan B niet van de grond zou komen. Maar de koers waar ik op lag stond niet toe dat ik zou versagen. Samen met mijn meisje slopen we door het steegje naast het huis de tuin in. Ik controleerde of de achterdeur op slot was. Dat was ze. De openslaande tuindeuren waren ook gesloten, maar niet op slot. Met een brute kracht die een dwaas eigen kan zijn rukte ik de deur uit zijn vergrendeling. Ik had zin. En nu ook een opening. We slopen het donkere pand door en belandden op de eerste verdieping. Daar vleiden we ons op de grond en wist ik, na wat onhandig gefoefel, voor het eerst mijn piemel in een echt levend meisje te stoppen. Missie geslaagd. Dat feest duurde een uurtje en toen schrokken we op van een voordeur die dichtsloeg en stemmen beneden. Hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken, de bewoners van het pand hadden alle begrip voor onze daden en nodigden ons uit gerust nog een keer langs te komen. Hippies.

Als ik hier nu over nadenk, is een van de eerste gedachten dat iets dergelijks in deze tijd schier onmogelijk zou zijn. Toen hingen nog nergens camera’s. Meisjes van vijftien hadden nog geen volgsoftware op hun smartphones. Ze hadden sowieso nog geen telefoons. En mensen deden de deur nog niet goed op slot wegens Bulgaarse roverbenden. Daarenbij zijn er natuurlijk ook helemaal geen mensen meer die begrip zouden hebben voor dergelijk buitenissig gedrag. Als ik nu jong zou zijn, dan zou dit allemaal onvoorstelbaar zijn. Het was vast heel saai geweest, want vroeger was alles veel gaver. Mijn dochtertje of zoontje zullen nooit zulke avonturen beleven.

Maar was het vroeger wel gaver? Mijn ouders hun eerste keer was op zolder bij mijn tante waar ze logeerden. Dat is vast heel bijzonder en romantisch, maar leent zich meer voor een gedicht, dan voor een avonturenroman. Mijn opa en oma deden het een keer en konden daarna meteen verplicht trouwen wegens ongeplande zwangerschap. Dat leent zich ook weer voor een gedicht, maar dan een tikkie dramatischer.

Kortom, dan was de tijd waarin mijn eerste keer de kans kreeg, een gouden tijd. De beste tijd ooit. Mijn kinderen zullen dit nooit zo mee gaan maken. Het kan zo niet meer. Die kans is ze ontnomen door onze moderne virtualiteitsmaatschappij. Dat denk je dan. Maar stel nou dat de lijn der generaties zich gewoon voortzet. En wij ons slechts kunnen voorstellen wat onze generatie nieuw is. Dit verheffen tot standaard en referentiekader en daarna op een gegeven moment stoppen met dromen en durven. Bijvoorbeeld als we de nieuwe generatie lanceren. Ja, dan wordt het inderdaad nooit meer beter. Als mijn kinderen dit verhaal ooit onder ogen krijgen, dan zullen ze het misschien wel heel gewoontjes en knullig vinden. Dan denken zij dat ze iets veel gersers gedaan hebben. Iets wat zo gaaf is, dat hun kinderen die kans nooit zullen hebben in de toekomst. Realiseer je dat maar eens, als je morgen weer de broodtrommels staat klaar te maken, je smartphone checkt of naar je suffe kantoorbaan in de file staat.

Eens was ooit. Ooit dat wat nog komen gaat.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post23

Spel

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, May 17, 2018 16:58



Afgelopen week was ik op Texel. Maar aan elke vakantie komt een eind. Je komt dan op een avond later dan gepland met je gezin weer thuis in een leeg huis, waar alles stil gestaan lijkt te hebben. Je pakt de auto uit. Legt de kinderen op bed. De wasmachine gaat aan. Alles krijgt zijn plek weer terug. Maar zelf voel je je misplaatst. Je wilde niet terug, je wilde door.

Het gevoel dat je hebt, als je terugkomt van vakantie. Of thuiskomt van een feest buiten de stad. Gevoel van eindigheid. Dat gevoel strookt niet met vrijwilligheid. Eerder met beklemming. Het is alsof er iets voorbij is en je terug bij af bent. Je wil door, maar niet weet hoe. Of niet weten wil hoe. Dan neem je nog een biertje. In de hoop dat dat het gevoel vervaagd. Je neemt er nog eentje en er gebeurt niets. Het smaakt nergens naar. In het gunstigste geval heeft het wat weg van een glas dat halfleeg is. Dat is één manier om ernaar te kijken. Je kan uiteraard geheel esoterisch en positief verantwoord ook redeneren dat je de vreugde van de vakantie of het feest met je meeneemt in de dag van morgen. Dat zou kunnen. Er zijn zat zelfhulpboeken die je dat zullen aanraden. Bij mij kwam echter een andere gedachte op.

Het is een gegeven dat ik ben doodsbang dat ik kanker heb. Die doodsangst is zeer matig gegrond. Met mijn arts heb ik het vaker over die hypochondrie gehad en telkens weet hij me weer gerust te stellen en loop ik de deur weer vrolijk twijfelend uit. Maar telkens komt er ook weer een moment dat het de kop op steekt. Wat als ik er voor mijn kinderen niet meer ben. Dat ik niet de waardigheid zal hebben om in rust te sterven Dat niets meer zal lukken in de dagen voor mijn verscheiden en dat alles gedompeld zal zijn in een sfeer van ongeluk. Net het beste idee ooit hebben als je het gif al genomen hebt. Heerlijke irrationele angsten der sterfelijkheid. Het zal wel een bij-effect zijn van mijn midlife crisis.

Maar stel nou dat de mensheid de dood al lang vergeten is. Er bestaan geen ziektes meer. Er zijn geen oorlogen. De mens is al lang niet meer sterfelijk. Als wezen leven we al een oneindigheid in een grenzeloze eeuwigheid. En dit alles, deze wereld om ons heen, dit leven, is niet meer dan een experiment. Een experiment waarmee de mensheid zich tracht voor te bereiden op haar grootste angst en uitdaging. Op het (wederom) afscheid (moeten) nemen van oneindigheid. Dat dit alles niet meer is dan een oefening voor een hernieuwde stap die sterfelijkheid heet. Doodgaan is dan niet meer dan het eindwerk van een opleiding. We keren terug naar de veiligheid van onze onsterfelijkheid met een diploma of moeten voor een herkansing. En is reïncarnatie de herkansing voor de onsterfelijke ziel om sterfelijkheid te doorgronden of zich ermee te kunnen verzoenen. Een onsterfelijke die zich verzoent met sterfelijkheid.

Dat zou een hoop grondslagen van geloofsovertuigingen verklaren en deze ook een waarachtig karakter verlenen. Of is het juist dat? Dat we zo onsterfelijk zijn, dat we dat nauwelijks kunnen geloven. Is dat waarom het spel des levens gespeeld moet worden. Om in sterfelijkheid de rust te vinden die nodig is om met onsterfelijkheid om te kunnen gaan. De rechtvaardiging van een onsterfelijke ziel. Dat dit spel een straf is voor ons ongeloof en gebrek aan vertrouwen in de oneindigheid. Een leerweg die we moeten gaan voor we mogen ervaren?

Intussen zit ik weer achter mijn klavier. Niet wetend of wat ik elke dag doe enig verschil maakt. Niet wetend of ik morgen sterven zal of over vijftig jaar. Bang voor de dood en zwalkend door het gebrek aan idee waar het leven toe dient. Werken, eten, slapen liefhebben, op reis gaan en terugkomen. Een reis naar het einde van de dag, of naar het einde van de nacht? Of een herhaling van zetten, op zoek naar een opening?



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post22

Onder de trap

ActualiteitenPosted by Von Solo Fri, April 06, 2018 08:42
Bij opa en oma woonden tijdens de tweede wereldoorlog Engelse vliegeniers onder de trap. Onder de trap bij de buren stond een radio verstopt waar Radio Oranje op geluisterd werd. Twintig jaar later kwam bij de buren onder die trap een televisie te staan, want televisie was door de kerk verboden. Zelfs Harry Potter woonde onder een trap. Schande! Een paar moslims hebben op de Hogeschool Rotterdam een loze ruimte onder een trap gekaapt om een gebedsruimte te maken. Ze hebben er zelfs een muurtje gebouwd om de mannen van de vrouwen te scheiden. Na de ontdekking is met deze ruimte korte metten gemaakt. De schuldigen zullen ter verantwoording worden geroepen. En terecht natuurlijk! Mannen en vrouwen scheiden? Hoe durven ze. Dat is toch barbaars. Dat doen wij blanke kolonialen op de korfbalvelden al jaren niet meer. Ik smul hiervan. Het leest als een spannend jongensboek. Achmed Pötter en de geheime kamer op halal Schweinstein. Het is een perfect staaltje urban exploration gevolgd door een minstens net zo effectief staaltje urban exploitation. Bravo! Alle lof. Creatief, gewaagd. Effectief en overtuigd. Allemaal woorden die mij zo invallen. En ik kan er nog meer verzinnen als het moet. Maar zo niet de Hogeschool Rotterdam. Nee, die salafisten moeten gewoon gebruik maken van de hen toegewezen ruimten. Die moeten gewoon in hun hokje geplaatst worden. Dat hokje dat de Hogeschool voor ze gemaakt heeft. Net als al die andere hokjes die instellingen in dit land voor iedereen maken. Maar oh wee als je zelf een hokje maakt. Dan zijn er gelukkig de wetten. Telkens meer en nieuwe wetten. Als je een hokje aan je huis wil maken, dan is er een wet die dat verbiedt. Daar moeten eerst de brave, saaie, trage bureaucraten een plasje over doen. Als je vervroegd tussen zes planken wil op een waardige manier, dan is daar een wet voor om dat weer wat onzekerder en mogelijk zonder goed gevolg te laten verlopen. En dan heb ik het nog niet eens over alle omgeschreven wetten van het zogenaamde CDA-fatsoen en de overige politieke correctheid. Snel weg dat schilderij met die blote foef. Iemand zou er weleens aanstoot aan kunnen nemen en spontaan zin krijgen. Snel weg met die dichter met zijn vieze versjes en snel weg met alles dat buiten de normale verdeling van de veilige volledige saaiheid valt. Als de wet het niet regelt, dan wel het fatsoen. Netflix, doe dat maar. Geen gekke dingen verder graag. En dat fatsoen en die wetten maken ons stiekem tot een volkje van brave nazi’s. Protesteren? Dat doen krakers. Krakers? Dat zijn allemaal werkelozen. Werkelozen? Die zijn te lui om te werken. En kunstenaars? Die hadden maar een vak moeten leren. Postbode of zo. Vluchtelingen? Die moet je helpen. Vooral in het land van herkomst, en onderwijl PVVVDFVDD en Leefbaar stemmen. Moslims onder een trap? Geradicaliseerde terroristen. Weg ermee!!! Yep, alles exact in de trant van wat de Sicherheidsdienst had gezegd als ze de vliegeniers of de radio gevonden hadden. We zijn verarmd en we durven niet meer. Alleen in Groningen en Friesland weet men nog collectief waarom geen sleepwet. Afwijkend gedrag is tegenwoordig gedegradeerd tot een diagnose. Een activist is direct een terrorist. Niet in het gelid denken is een overtreding. Niet in het gelid lopen een misdaad. En ik kan geen trap bouwen die tot de hemel rijkt, waar op een gegeven moment nog genoeg mensen onder passen. Maar heel soms, ga ik toch even onder de trap zitten. Alvast wennen aan een tijd die misschien nog eens komen gaat en dat ik dat geluk dan heb.

  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post21

Agenda

ActualiteitenPosted by Von Solo Mon, March 26, 2018 12:34

Woensdag 4 april

De Schouw, ROTTERDAM

Vertoning Gerhard Coxxx, gevolgd door de originele PoetsClub Rotterdam

Woensdag 11 april

Ballonnenvrees 55, De Kleine Hedonist, ANTWERPEN (BE)

Een dialogue interieur met Adriana Kobor

Vrijdag 18 mei

De Groene Fee, BREDA

Zondag 27 mei

De Riddert, ROTTERDAM

Vertoning Gerhard Coxxx, plus exotische acts

Zondag 1 juli

nog geheim, Locatie X (BE)

Donderdag 30 augustus

BUT Filmfestival, BREDA



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post20

Gershard komt er aan!!!

ActualiteitenPosted by Von Solo Sun, March 04, 2018 14:57
Kijk hier vast de trailer!!!















  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post19

Paddy

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, February 22, 2018 08:55
Toen ik vanmiddag over het Rodezand fietste, werd ik overvallen door een verlangen om de Paddy Murphy’s binnen te gaan. De Paddy is een Ierse pub. Het zit onder in het World Trade Center. Aan de buitenkant lijkt er niet veel aan. Aan de binnenkant is het een andere wereld. Het is er gemoedelijk en warm. Zachte verlichting en robuust houten meubilair. Lambrizering en grote togen, houten vloeren, ruwe planken. Alles ademt rust en zachte gezelligheid. Ze hebben muziekprogrammaatjes die je in je binnenzak kunt meenemen die elke week dezelfde singer-song-writer-cover-muzikanten aankondigen met de boodschap ‘Paddy Murphy’s, where love stories start’. Een Ierse pub is een magische plek. De herinnering aan de zaterdagen met ome Sjors op de Korte Lijnbaan bij de O’Sheas, waar we altijd een paar pinten Guinness ging pakken tegen de middag om de kater te kelen. Of de Kate Whelan’s op de Nationalestraat in Antwerpen, waar de barman dronken saxofoon speelde als we diep in de nacht telkens weer een laatste bestelden. De O’Learys in Utrecht, waar we plannen maakten om de wereld te veroveren. Of met de benen op de vensterbank naar buiten starend bij de Mrs Maguire, vanaf de eerste verdieping uitkijkend over de Liffey in Dublin. Lunchen met vis, chips en whiskey bij de Mullin’s in Maastricht. Onderuithangend met een pint ochtendlager op de stoffige stoep bij de Corcoran’s in Parijs. Zondagen na het voetbal of zittend, starend, drinkend en pratend op een kabouterkrukje in de Paddy. Tijdloos. Het roept je terug. Een Ierse pub heet je altijd welkom. Een Ierse pub is één van de zekerheden in het leven. Daardoor realiseerde ik me ook iets anders. Een Ierse pub is tevens een valstrik. Het is een droombeeld dat altijd hetzelfde blijft, terwijl je zelf verandert. Het is iets dat je kan tegenhouden op je weg. Terwijl je een leven opbouwt blijft de pub hetzelfde. Ze zal je verleiden nog even hetzelfde te blijven. En nog even. Maar ik heb ervoor gekozen niet de rest van mijn leven te verdrinken. Ik heb gekozen voor een gezin. Voor liefde. Voor poëzie en film. Voor ochtenden met bedauwde velden terwijl de zon opgaat en de wind fris door mijn hoofd waait. En toch wilde ik vanmiddag de Paddy ingaan. Ik stelde me voor dat ik er zou mogen blijven wonen. En nooit meer hoefde te slapen. Dat de pinten stout gratis zouden zijn. En dat de tijd zou stilstaan tussen mijn twintigste en mijn veertigste. Er zou gedronken worden. En dan zou er gezelligheid zijn, warmte en vrienden. Niemand zou echt dronken worden. Want de tijd leek niet meer door te gaan. Ik stelde me voor dat mijn lichaam ophield, maar mijn geest niet. Die zou ik dan stallen in de pub. Waar alles goed en veilig is. Mijn ‘Matrix’ zou een Ierse pub zijn. Waar het lijkt of alles oneindig is, terwijl de nacht nooit eindigt. En als hij dan toch eindigt, alles langzaam lichtgroen wordt en iemand je ter troost een groot glas aanbiedt. Zorgeloos. Als de hemel bestaat is het een Ierse pub. Maar de hemel bestaat niet als zodanig. Een Ierse pub is als een Efteling. Enjoy it while it lasts. En daarom is het ook meteen zo waardevol. Het is meer dan een bar met een tap. Het is een universele droom, dat er altijd een plek zal zijn, waar alles weer goedkomt. Een baken van belofte en hoop, vervuld met donker bier en milde melancholie. En inderdaad, dit moet een teken zijn. Ik zou gewoon weer eens een lekkere pint moeten gaan pakken one of these days.

  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post18

Oester

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, January 18, 2018 10:18



Daar liep ik door de polder. Over een modderige weg, langs een dijk. Het regende en waaide. Een decemberdag zonder één enkele zonnestraal. Rechts van me vlakke velden vol klei. Vanaf station Kruiningen-Yerseke blijken geen bussen te rijden naar het dorp Yerseke. Taxi’s staan er ook niet. Alleen tram elf. En die pak je dan. Ik was onderweg naar Yerseke om daar de oesterputten te bezoeken. Sporadisch moet ik daar naartoe. Om oesters te eten. Het liefst als het koud is. Maar in het voorjaar kan ook. En als het echt zo uitkomt ook in de zomer. Soms met een maand ertussen, soms met een half jaar. Eigenlijk is er geen pijl op te trekken.

Na een klein uur wandelen kwam de dijk in zicht waaraan zich de oesterputten bevinden. Uit gewoonte ging ik naar ‘De Oesterij’. Ik bestelde bij een bevallige jonge Zeeuwse meid een glas Chablis en zes Zeeuwse creuses. Trok mijn regenbroek uit en de rest van mijn gelegenheidskleding en zette me om de omgeving in me op te nemen.

Toen ik voor de eerste keer oesters ging eten hier aan de dijk, stonden we op een zaterdagochtend te blauwbekken in een donker, rood metselstenen hokje met een sorteerband en een statafel. Ik was met een toenmalig directeur van een Bilderberg hotel. Eerst overheerste de twijfel, maar toen er een man in kokskleding binnen rende en een mand oesters mee griste die klaarblijkelijk voor hem klaarstond, keken we elkaar met voldane verbazing aan. We herkende hem allebei. Yannis Brevet, Inter Scaldes. Twee Michelinsterren*). Die haalt hier ook zijn oesters. ‘Meneer, doet u ons nog een dozijn voor nu en vier dozijn om mee te nemen. Het is feest vanavond’ Dat was het begin van het oestertoerisme, dat ons intussen links en rechts heeft ingehaald. Nu zat ik in een aangenaam verwarmd, overdekt en winddicht gemaakt terras met uitzicht over de putten. Om me heen hoorde ik gemoedelijk Vlaams klappen. De wijn werd op tafel gezet en ik liet me de oester smaken.

Een oester is een tweekleppig weekdiertje dat zich het best levend laat opeten. Mijn voorkeur heeft geheel naturel, of met een beetje citroensap en peper. Het mooiste is als je de oester bij het druppelen van het citroensap nog een klein ziet bewegen. Dan weet je zeker dat het goed zit. Sommigen slobberen de oester naar binnen. Ik geef er de voorkeur aan ze op te prikken met een vorkje. Een oester slik je niet in één keer door. Je laat hem in je mond glijden en met je tong voel je de oester. Dan kauw je rustig en beheerst, terwijl je met je tong en tanden de textuur geniet. De smaak is zo subtiel dat het opperste concentratie vereist de diepte ervan te benaderen. Uiteindelijk slik je door.

Ooit legde een mevrouw me uit dat er niet zoiets bestaat als de lekkerste oester. Soms is een Zeeuwse creuse lekker. Soms een Zeeuwse platte. Soms zijn de Franse Gillardeau oesters erg lekker. Maar de kwaliteit, als je het al zo mag noemen, is van nature nooit constant. Een oester is een levend product. De smaak hangt af van de hele natuur eromheen. Je kunt een oester geen eikeltjes voeren zoals je een Iberico varken dat zou doen. Een oester is de optelsom van de zee, het seizoen, de zon, de maan en de hele schepping. Maar een oester is vooral op dat moment, wat ze op dat moment is. En dat maakt oesters eten elke keer weer nieuw. En een ontdekking. Je weet nooit van tevoren hoe het zal zijn.

Verder kan het eten van een oester aangemerkt worden als een voedzame mix van tongzoenen en beffen tegelijk. Natuurlijk moet je daarvoor wel een beetje een fantast zijn om er zulke ideeën op na te houden, want het is natuurlijk gewoon een schelpdier eten. Of niet? Waarom worden oesters dan toch altijd het predicaat van afrodisiacum toegedicht? Is een zoen altijd hetzelfde? Smaakt een poes altijd hetzelfde? Zijn ook die zaken niet afhankelijk van het moment van de dag, de stand van de maan, de bui van de proever en de oester? Is die beleving niet ook een mix van fantasie en zinnelijkheid? Die kwesties zijn te persoonlijk om te veralgemeniseren. Een oester is niet te uniformeren. Net zomin als het leven en de liefde. De oester staat symbool voor veel meer dan een stukje luxe alleen. Ze staat voor alles dat in deze tijden dreigt te verdwijnen in de oneindige drang naar zekerheid, alles hetzelfde, snelle bevrediging, alles een merkje, duidelijkheid, geen risico’s en geen fantasie. De oester daarentegen is verbonden met alles dat de mens niet kan maken, maar wel kan vernachelen. Oesters zijn pure poëzie. Zo proef ik ze het liefst. Altijd stiekem hopend, op ooit een pareltje.

*)sedert 2017 drie sterren



  • Comments(1)//actueel.vonsolo.nl/#post17

Sieg Ho

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, November 30, 2017 08:40



Dochter: ‘Ik heb een verhaal geschreven waarin Sinterklaas vermoord wordt.

Vader: ’Door wie dan? De Kerstman?’

Dit lijkt een doodnormaal gesprek tussen een dochter en een vader aan de keukentafel. Maar wat het bijzonder maakt is dat er meer waarheid in zit dan men op het eerste oog zou vermoeden. Want onder de streep klopt het. De Kerstman heeft Sinterklaas al bijna vermoord. Alleen de Sint weet dat nog niet. Dat komt door al het nepnieuws tegenwoordig.

Welk nepnieuws, zult u vragen. Laat mij u vertellen dat dat de Zwarte-Piet-discussie is. De aanval op het fenomeen Zwarte Piet is zeer geraffineerd in elkaar gezet achter de schermen door slimme marketeers. Het leidt af van het echte doel. Het afschaffen van Sinterklaas. De Sint was tot voor kort untouchable. Met de Sint solde je niet. De Heiligman was goed. Hij had echter één zwakke plek: negerslaven! En laten we nou net in een samenleving verkeren waar we toch zo onderhand tot het besef gekomen zijn dat bepaalde geschiedkundige feiten niet meer stroken met de hedendaagse algemene normen. En waar er voldoende mediocrate actiebereidheid is om er een punt van te maken.

Maar wie spint hier dan garen bij, zult u vragen. De Kerstman uiteraard! Of beter gezegd Santa Claus. Santa haalt nog steeds jaarlijks niet de geraamde recordomzet rond de Kerstdagen omdat er op 5 december ook zo nodig nog een typisch archaïsch nationaal lokaal kinderfeest gevierd moet worden in Nederland. De aandeelhouders van Santa beginnen te morren. En dat futiele kinderfeest zit in de weg van de winst. Het is al gelukt Valentijnsdag in te voeren. Dat ging er met de paplepel in. Ook Halloween wint het intussen bij ons in de straat van Sint Maarten. Alleen die vervelende Sint. Echter een paar jaar geleden vonden de trollen van Santa toch een zwakke plek in Sint zijn defensie. Het eerste stadium van de afbraak van de macht van de Sint is intussen bijna geslaagd. Nu nog iets met me-too-misbruik aantonen en de Sint is exit. Dan heeft Santa zijn doel bereikt en zullen enkel de Coca Cola trucks nog onthaald worden in Dokkum op Black Friday.

En daar zit hem de crux. Dit gaat niet enkel om feiten en beelden. Het gaat niet eens enkel om het geld. Het gaat om het slopen van de oude Europese multi cultuur gebaseerd op verschillende bevolkingsgroepen en een doorlopende stroom nieuwkomers en verhuizers. De grote sloper heet de Angelsaksische cultuur. Een cultuur die wel vaart bij eenvormigheid, schaapachtig gedrag en ongebreidelde consumptiezucht. Een cultuur die geen andere culturen naast zich tolereert. Een cultuur die gedijt bij eenvoudig herkenbare en vooral uniforme symbolen. Zoals de nazi’s het hakenkruis hebben, heeft de Angelsaksische cultuur de gouden bogen van McDonalds. Duidelijkheid. With us or against us. Capitalism first! Er is geen plek voor twee symbolen. Er is geen plek voor meerdere goden. Er is geen plek voor Santa én Sint. Dus degene die in de weg staat van altijd groeiende honger naar rendement en shareholder value, moet uit gefaseerd worden. Het is tijd voor een cultuurverandering. En zoals u wellicht weet is cultuurverandering altijd de voorbode van ‘de grote reorganisatie’. Hebt u er zin in? Bent u er klaar voor? Laat u zich voor dat karretje spannen? Kiest u vooral zelf. Nu er misschien nog keuze is. Of trek lekker een trendy t-shirt aan en droom lekker verder.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post16
« PreviousNext »