SOLO ACTUEEL

SOLO ACTUEEL

ACTUEEL

Columns, actualiteiten, rariteiten en markante feiten...

Vanavond live...

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, January 31, 2019 15:15


  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post39

Burger

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, January 31, 2019 15:13



Ze heeft mooie, grote, rechte voortanden. Volle lippen. Haar ogen zijn gesloten en haar wimpers zijn voorzien van mascara. Niet te veel. Heel subtiel wat oogschaduw. Haar huid is voorzien van een bijna onzichtbare laag foundation. Ze steekt haar tong zo ver uit als mogelijk. Om haar mondhoeken speelt een wellustige lach. Ze likt een aan sappige cheeseburger. Op een muurprint aan de zijkant van een nieuw te openen restaurant. Haar hoofd is bijna een meter groot.

‘Ontwerp me een poster die dit nieuwe hamburgerrestaurant verkoopt!’ Dat stond ik de email die de reclameman via de mail ontving bij wijze van offerteaanvraag. De reclameman dacht na. De dag ervoor had hij een pornofilm gezien. Hij had ook zo graag bevredigd willen worden. Maar verder dan masturberen met zichzelf was het tijdens de film niet gekomen. Triest was het verlangen, maar hevig. Alles had hij ervoor over gehad, als zich geile lippen om zijn lid hadden gesloten. Maar het leven was geen pornofilm. Hij nam nog een hap van zijn broodje en kreeg een idee.

‘Maak een foto van een representatief, girl-next-door model die een hamburger benaderd of ze er fellatio mee bedrijft’ Dat stond in de opdrachtmail aan de fotograaf die wel vaker klusjes deed voor het reclamebureau. Het geld was goed en de opdracht niet wezenlijk vreemder of anders dan hij gewend was. Hij dacht aan zijn vriendin. Dat ze nooit voldeed aan de beelden die hij schoot. Dat zij nooit deed wat hij op de gevoelige plaat vastlegde. De waarheid die hij maakte was niet zijn eigen.

Ze kwam op tijd aan, elf uur scherp. Geen bijzondere kleding vereist. Casual representatief. Een reclameshoot voor een hamburgerrestaurant. Ze rook de geur van gebakken rundvlees. Er werden foto’s gemaakt van een getinte man in een hoody. Haar ‘tegenspeler’ op de poster. Hij had een hamburger in zijn handen en staarde daar verlekkerd naar. De grimeuse wenkte haar en zette haar in de plamuur. Toen ze klaar was, riep de fotograaf haar op de set. De burger die haar tegenspeler zojuist in zijn handen had gehad stond klaar op een schaaltje.

‘Doe of je de ballen van je vriend likt. Of je zijn pik likt van schacht tot eikel.’ Even was ze beduusd. Ze moest zich iets voorstellen wat ze nooit deed. Ze had zelfs geen vriend en wilde ook helemaal geen geslachtsdelen likken. Maar ze probeerde het op een manier, die ze dacht dat wel fotogeniek zou zijn. Het was werk en het betaalde goed genoeg. Ze sloot haar ogen alsof er ballen en een piemel in de lucht hingen stak ze haar tong zo ver mogelijk uit en likte de leegte. ‘Perfect!’, zie de fotograaf ‘En pak nu de burger en doe dat nog een keer.’ Ze proefde het verlepte blaadje sla en hoorde camera klikken. Voelde zich dom, zo dom, dat ze bijna moest lachen. ‘En zo sta ik straks, larger than life, in de kijker op de Kop van Zuid. Ik pijp een burger.’

Niets is ooit wat het is. Voor niemand die eraan meedoet. Onder de streep wed ik dat de burgers ook niet veel zullen zijn. Maar dat zal ik nooit weten, want ik ga er niet eten.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post38

Vuil spel

ActualiteitenPosted by Von Solo Tue, January 22, 2019 22:27
Het was halftwee in de nacht. Door het schemerduister wankelde ik van de slaapkamer naar de badkamer. Op mijn blote voeten op de koude tegels stond ik voor de wc. Water klaterde in de bak. Ik keek naar opzij naar buiten in de nacht. De gebouwtjes in de tuinen waren gedompeld in een onaards koud, blauw licht. Het was stil. In de belendende panden was geen enkel licht aan. Aan de wolkeloze hemel stond een gigantische maan. Dreigend. In stilte glipte ik terug in bed. En droomde. In de vroege ochtend werd ik met een stuiptrekking wakker. Voor de wekker. Het was nog steeds donker. Maar niet meer zoals een paar uur daarvoor. Soms komt er iemand in je leven. Na de eerste woorden, de eerste blik, weet je dat deze persoon niet te vertrouwen is. Maar je wil dat dat anders is. Je vertelt deze persoon alles. Je stelt je open. Want je hoopt dat je gevoel niet klopt. Je hoopt dat alles nooit zo erg kan zijn, als je je voorstelt. En deze persoon zwijgt. Rustig voedend op je gedachten en gevoelens. In alle kalmte de offers verorberend als een wrede vergeten godheid. Pas met gespleten tong worden spaarzaam woorden gesproken. Altijd op momenten dat de tijd niets toelaat. Op valrepen en als de trein al wegrijdt. Maar jij hebt je geloften. Jij bent schatplichtig. Deze woekeraar doet niet aan advocaten. Maar jij wil enkel slapen. Als de nacht bijna ten einde is, kleed je je aan. In zwart. Alles nauwsluitend. Het laat geen ruimte. Kent geen reflectie. Want je weet ondanks het ontbreken van de zon hoe laat het is. Je rent. Geen mens op straat. Geen leven en geen geluid. Tot de eerste tram langs rommelt en je de afslag neemt het bos in. Waar de vogels nog slapen en de geesten van vroeger stierven voor de belangen van de nieuwe mens. Het pad knarst onder je voeten en de koude wind striemt je gezicht. Niets of niemand kan wat doen aan de cycli van de maan. De maan is een koude dode steen. Maar als de duivel wakker is, wordt het kwaad slapen. Er zit dan niets anders op. Slijp je mes en steek het bij. Blijf wakker en wees bereid. ‘Bolje rat nego pakt, bolje grob nego rob’ (Servisch gezegde)

  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post37

De Hel

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, January 03, 2019 11:48


Vorige week fietste ik over het fietspad langs de Gordelweg. In de verte zag ik een man in tegenovergestelde richting over het trottoir lopen met een aantal hondjes. Naarmate ik dichterbij kwam, kon ik zien dat het een lange man betrof. Kort stekeltjeshaar. Peper en zout kleurig. Een zwarte sportjas met grijze en blauwe accenten. Een donkere spijkerbroek. Eén van de hondjes was een foxterriër. De andere een onduidelijk bastaardje van schoothond formaat. De hondjes liepen in het gras naast het voetpad en dwongen de man ook in het gras te gaan lopen. De riempjes waren net te kort. En zo stond de man daar terwijl ik hem passeerde met mijn fiets. Het bastaardhondje bukte zich om zich te ontlasten. Ik zag het beeld compleet. En keek de man aan.

De harde ogen van de man flitsten even naar het hondje en toen weer naar de mijn. In zijn ogen las ik ongenoegen en boosheid. Het vormloze varkens lederen bankstel in de huiskamer. Een grote tv uit de koopjes kelder van de Correct met toch bedroevende beeldkwaliteit en al die kutprogramma’s. Een Opel Astra 1.9 diesel uit 1992. Een vrouw waar geen personal trainer meer wat aan kan verhelpen. Omdat het niet alleen aan de buitenkant eraan zit. Het ondergaan van de zon, terwijl het te bewolkt is om hem goed te kunnen zien. Altijd dezelfde racistische grapjes op het werk, waar die Turkse metselaar ook gewoon bij is. Hassan kan er zelf ook wel om lachen, toch? En nooit de postcode kanjer. Nooit.

Terwijl ik mijn blik afwendde zag ik hem in mijn ooghoek het hondje nog een schop geven. Hij riep me na: ‘Als je met je arrogante kop maar niet denkt dat ik die schijt ook nog voor je ga opruimen’. Ik keek niet om en wist dat hij het niet tegen mij had. Hij zag enkel een blanke middenklasser die tevreden op zijn fiets richting zijn gezin onderweg was voor het avondeten. Erasmus zei het al: ‘De meeste mensen zijn andere mensen’. Sartre zei het ook, maar maakte ervan: ‘De hel, dat zijn de anderen’.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post36

Handschoen

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, January 03, 2019 11:46



Onderweg van kantoor A naar kantoor B fietste ik, na het Centraal gepasseerd te zijn, over Kruisplein. Ik werd ingehaald door een vrouw met een grijze knot op een fiets met zadeltassen. Ze fietste over een hobbeltje in de weg. Uit een van de fietstassen viel een handschoen. Ik zag hem vallen. Landen op de straat. En riep: ‘Mevrouw, u verliest een handschoen.’ Stoïcijns fietste de vrouw door. Ze keek niet eens om. Een moment dacht ik om te draaien en de handschoen op te halen en haar achterna te fietsen. Maar toen die gedachtegang ten einde kwam, was ik al weer zestig meter verder.

Ik zag dat ze stopte bij de kruising met de Kruiskade. Inhalen zou kunnen als ik hard fietste. Maar wat zou ik dan te zeggen hebben? ‘Mevrouw, u bent tweehonderd meter terug uw handschoen verloren.’ Zou het ze iets kunnen schelen? Zou ze de moeite nemen om terug te fietsen om hem op te halen? In mijn schuur liggen twee volle vuilniszaken met uitgewassen handschoenen. De oogst van één winterseizoen handschoenen oprapen op mijn dagelijkse fietstochten. Ik voelde een moedeloze onverschilligheid die zich meester van me wilde maken.

De kruising met de Kruiskade overstekend zag ik honderd meter voor me dat de vrouw stopte en haar fiets op de stoep zetten. De zette het rijwiel op slot en ging een pand binnen. Toen ik er voorbijfietste, zag ik dat dat het Goethe Instituut was. De vrouw was dus waarschijnlijk Duits en had niet verstaan of gehoord wat ik riep, toen ze haar handschoen verloor. Nog vijftig meter twijfelde ik, voordat ik alsnog de teugels wendde. Ik fietste terug naar Kruisplein en vond daar op dezelfde plek als ik hem had zien vallen de handschoen. Ik pakte hem op.

Het plan was om de handschoen in de fietstas van de vrouw te stoppen. Zo zou ze hem weer terug hebben. Toen ik echter aankwam bij het Goethe Instituut was ik er niet meer zeker van welke fiets het was. Iedereen lijkt tegenwoordig wel fietstassen te hebben. Dus belde ik aan en stapte, nadat een jonge vrouw de deur open had gedaan de drempel over. Ik legde uit dat ik een handschoen had gevonden van een vrouw met grijs haar en een knotje, die hier zojuist vijf minuten eerder was binnengegaan. Een zwaar Duits accent antwoordde das das ein Kollegen gewesen sein moeste en nam de handschoen in ontvangst. Ik wenste haar een goede dag en liep de deur uit. Toen ik me omdraaide zag ik de vrouw met het knotje haar hoofd om een hoekje steken binnen en met een brede lach zwaaien. Dat voelde goed.

Ik stapte op mijn fiets en dacht verbaasd over de weinige praktische moeite die het had gekost iemand blij te maken. En hoe onevenredig veel innerlijke discussie me dat had gekost. Trappend om op snelheid te komen scheen er flets licht door de ontbladerde bomen langs de Westersingel en stelde zich de volgende vraag: ‘Stel je voor dat je te horen krijgt dat je nog een dag te leven hebt. Wat ga je dan doen? Pak je dan de eerste handschoen op die je ziet liggen? Of ga je filosoferen over een probleem waar je de oplossing nooit meer van zult vinden.’





  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post35

Dunne draad

ActualiteitenPosted by Von Solo Mon, December 10, 2018 21:13



Het was een zaterdagavond in de herfst van 1989. In konvooi reden we naar de stad, waar we uit zouden gaan. Het fietspad langs het spoor was schaars verlicht en goeddeels kaarsrecht. Op twee bochten na. Eén halverwege, daar stond een boom waar het fietspad omheen moest en één aan het begin. Daar zat een vertakking in het pad. We reden de route zo vaak, dat we het blind ook zouden kunnen. Maar ik reed die avond niet. Mijn brommer was stuk. Ik zat achterop de Yamaha DT van mijn beste vriend. Die was een stuk groter dan ik. We reden op kop. We kwamen de eerste bocht na de vertakking en de gashendels werden opengegooid voor de sprint naar de tweede bocht.

Na vijftig meter voelde ik mijn vriend tegen me aan vallen. Ineens accelereerde de wereld omgekeerd. De brommer werd onder ons vandaan getrokken door een onzichtbare hand. Met een smak kwam ik op het asfalt terecht. Alles te snel om na te denken. Al schuivend zag ik de lichten achter ons uitwijken en alles tot stilstand komen. Ik krabbelde overeind en zag dat mijn vriend dat ook deed. Op wat schrik, kleerscheuren en schaafwonden na, mankeerden we niets op het eerste gezicht. Na een minuut was de oorzaak van onze val gevonden. Iemand had een losse ijzerdraad van een hekwerk dat langs het spoor stond, over het fietspad gespannen op een hoogte van pakweg één meter vijftig. Deze had mijn vriend op de borst gepakt en zodoende van de brommer gesleurd, met mij erbij. Als ik dus voorop had gezeten, was ik onthoofd geweest. Tien jongens in hun tienerjaren keken elkaar aan en zochten naar woorden.

Toen merkte iemand op dat hij een jongen uit Hansweert van het fietspad af richting het station had zien lopen, terwijl wij in tegengestelde richting passeerden. De beslissing was snel gemaakt en vierklauwens reden zes brommers met tien opgefokte jongens richting het station Kapelle-Biezelinge, alwaar we de genoemde jongen aantroffen en bij de kladden grepen. Ik zie nog de angst in zijn ogen. Het besef van een wandaad. De kwaadheid en de tirade die hem ten deel viel. Zijn smekende bekentenis. En de conclusie dat de werkelijke daders, zijn vrienden, doorgelopen waren het pad op richting Goes. Verder werd hem niets aangedaan. De daders werden die avond niet meer gevonden. Dat zou de politie later oplossen. Wat schadevergoeding en een lullig taafstrafje.

De daders is het toentertijd vergeven geweest. Er is nooit iemand meer voor neergestoken geweest, nooit iemand afgetuigd of neergeschoten. Bloedwraak was niet nodig. Bier kregen we wel bij gelegenheid. En vriendschap zoals zich zo makkelijk tussen jonge mensen vormt als iets ze bindt. Mijn beste vriend zag ik steeds minder. Hij had natuurlijk ook een vriendinnetje en was altijd het serieuze type geweest. Veel volwassener dan wij. Pas jaren later hoorde ik van hem dat hij een tijdlang zeer aangeslagen was geweest, door dat incident. Op die leeftijd kon ik me daar niets bij voorstellen. Dood konden we toen toch nog niet. Maar sommige mensen zien sommige dingen vroeger dan anderen.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post34

Afdankertjes

ActualiteitenPosted by Von Solo Mon, December 10, 2018 21:04



Op het schoolplein van de kinderen zie ik ze soms. Zo in de verf gezet, dat het lijkt of het net niet opvalt. Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen. Zo creatief. Ze mogen ervan zichzelf zijn. En soort zoekt soort. Het vormt een kliekje waar graag bijgehoord wordt. Ze hebben nooit een man bij. Navraag leert ook dat die verdwenen is. Niet verder vragen. Mannen dwarrelen er echter zat omheen. Maar die zijn gelukkig getrouwd met een midlife crisis of het zijn gescheiden exemplaren. Beiden heb je er weinig aan. Het zijn als darren in de bijenwereld. Hun geslachtsorgaan verliest zijn functie na de paring.

En paren doen die vrouwtjes nog wel, sporadisch. Omdat de opiniebladen en de media ze vertellen dat dat hoort, ook al is de alimentatie al binnen voor het resterend anderhalf decennium. Of gewoon omdat ze à la Heleen van Rooijen ‘geil en stout’ zijn. Maar dat is meer een imago dingetje. Het geeft ze namelijk die schwung die nog begeerlijk voelt. En die heb je nodig om de darren om je heen te laten bewegen, die voor de extraatjes zorgen en je sociaal aanzien geven. Ook bij de vrouwen. En gespreksstof in de wijnbar. Alles het einde van de veertigjarige stuiptrekking van het nooit volwassen hebben willen spelen tot de overgang. De ontkenning van levensfase tot levensfase. Als tiener te volwassen willen. Als twintiger te speels spelen. Als dertiger de veertigste wijsheid veinzen en dan scheiden. En als veertiger de eindelijk verstandige volwassen jeugd spelen terwijl het stilletjes in de schoot allemaal verschrompelt. Dan is het klaar. Want wat volgt was onmogelijk voor te stellen en valt niet meer om te acteren.

Toch worden ze nu nog net op regelmatige basis geneukt. En wel door mijn vriend Herman. Hij stuurt me soms tietenselfies en onhandige foto’s van zichzelf bevingerende afdankertjes. Die heeft hij dan van hen gehad in aanloop tot stomende schemeravonturen en stuurt hij om me jaloers te maken. Hij fladdert wat heen en weer. Gisteren vroeg ik hem of hij het ook weleens met getrouwde vrouwen deed. Hij antwoordde dat zeker de helft getrouwd was. Toen ik hem vroeg of die vrouwen dan met hem sliepen om hun huwelijkse twijfels in beton te gieten, beaamde hij dat. Daarna volgde altijd een scheiding. De beste beslissing in hun leven. Hij verdween dan weer. En dook in het volgende stadium van een ander afdankertje op, de happy single periode. En op die manier bedienen in Rotterdam ongeveer honderd viriele mannen de tienduizend blanke succesvolle vrouwen tellende afdankertjesmarkt. Zij zijn de anonieme piemels, die zorgen voor het kloppende plaatje. Zij zijn de stof voor de Viva verhalen. En op hun beurt zijn ook zij weer afdankertjes. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.

Een paar weken geleden zag ik op zaterdagochtend een vrouw fietsen waar ik sporadisch heimelijk naar loer op school. Stevige billen, vaak in een leren rokje of dito broek. Ze haastte zich op de fiets met haar kinderen naar de zaterdagse clubjes. Ze zag er gestressd uit. Toen ze voorbij was sprak ik hardop in mezelf: ‘Ook zo één waar dus niet mee samen te leven viel.’ Bij die woorden kreeg ik het koud. Misschien veronderstel ik te veel. Misschien zegt het meer over mijn angsten dan over de levens van anderen. Dat het de spiegel van de zwarte plekken op mijn ziel is. Ik wil niet afgedankt worden. Maar blijf liever voor altijd samen met degenen van wie ik houd. En wil vooral niet worden zoals zij allemaal.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post33

Onmachtig

ActualiteitenPosted by Von Solo Mon, December 10, 2018 20:59

Mevrouw Solo meldde hedenochtend dat ze met een vriendin naar Jett Rebel gaat in januari. Een pedante aansteller. Een mentaal instabiel, millenniaal tieneridiool. Echt een typetje voor De Wereld Draait Door en Lowlands. Het zou me niets verbazen als hij nog dichter is ook. Dat was een greep uit de gedachten die deze mededeling opriep. Mijn verstand fluisterde op de achtergrond nog dat hij, naar schijnt, ook nog eens een zeer begiftigd muzikant blijkt te zijn naast dat alles. Op zo’n moment kan ik niet blij zijn voor mevrouw Solo. Ik speel dat dan wel.

Een vriendin melde me onlangs dat ze haar zaterdagavond had doorgebracht op een poëzie evenement. Het was een heel leuke avond geweest. Veel dichters die ik van naam als wel persoonlijk ken. Dichters die bij mij in achting staan als wel dichters die ik niet hoog heb zitten. Maar allemaal waren ze leuk geweest. De sfeer was goed. Het was gezellig. De dichters die ik waardeer hadden sterke teksten. Ik berichtte haar dat ik jaloers was. Het vreemde was nochtans dat ik er niet bij had willen zijn. Als die mensen. Al dat gedoe. Dan liever thuis op de bank en op tijd naar bed.

In beide bovengenoemde gevallen voel ik een weergaloze jaloezie branden. Maar waarom? Ik ben niet jaloers dat ik niet naar Jett Rebel mag, of een poëzieavond aan me voorbij laat gaan. Ik ben ook niet jaloers dat mevrouw Solo of genoemde vriendin het naar hun zin hebben. Dat lijkt in opzet wel zo. Maar het is erger. Vergelijk het met het gevoel van jaloezie dat je lief met een ander naar bed gaat. Is het dan haar genot of positie waar ik jaloers op ben? Ben ik jaloers op het genot van een andere man? Op beide vragen is het antwoord nee.

Het is het gevoel niet degene te kunnen zijn waar de wereld om draait. Het is de realisatie dat je als mens niet al omvattend bent, niet het centrum bent van het universum. Dat er anderen zijn die wel de dingen doen, die jij ook wel had willen doen. Onbeperkt liefhebben, een goed gedicht schrijven, noem maar op. Maar dat kan dat niet. Want je bent er niet. Je bent maar een kleine flits in een oneindige ruimte. Het is de angst voor de onmacht, die de vorm aanneemt van een ongegronde jaloezie. Je maakt jezelf belachelijk voor een publiek van wederom enkel jezelf. Niemand die kijkt.

Toen ik zestien was, had ik een hekel aan iedereen die naar Lenny Kravitz luisterde. Niet omdat ik het de luisteraars niet gunde. Niet vanwege zijn muziek, zijn geld of Vanessa Paradis. Maar om het feit dat hij (overigens net als Jett Rebel en al die succesvolle dichters) wel de verzekering had. De verzekering die verlossing heet. Dat wat alles als een zwart gat naar zich toetrekt en verzwelgt. En de laatste toeschouwer in de zaal achter laat, ver weg en alleen achter zijn telescoop. In stilte, tot er geen ster meer te zien is.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post32
Next »