SOLO ACTUEEL

SOLO ACTUEEL

ACTUEEL

Columns, actualiteiten, rariteiten en markante feiten...

Zorgeloos

ActualiteitenPosted by Von Solo Tue, October 16, 2018 20:32

Afgelopen week zat ik ergens met een kopje koffie voor mijn neus en een pen in mijn hand. Voor me een leeg blad dat ik vulde met mijn gevoelens. Toen het blad vol was, bekeek ik mijn pen. Een Waterman vulpen die ik heb gekregen van een stel dat ik in Toscane in de echt verbonden had. Hij schrijft lekker. Tevreden met mijn schrijfsels en mijn pen stapte ik op de fiets. Het leven is tegenwoordig overwegend een aaneenschakeling van tevreden momenten. Geen verfilmbare pieken misschien, maar ook geen psychiatrische dalen. Zorgeloos. In gedachten lette ik even niet op en werd bijna geschept door een auto van links die geen voorrang verleende. Tijdig trapte ik op mijn rem en er was niets aan de hand. En ineens moest ik aan mijn zoontje denken. Dat is een klein wildemannetje dat soms zijn omgeving helemaal vergeet, als hij opgaat in zijn gedreven bezigheden. Mijn zorg is dat hij door zijn onoplettendheid zichzelf nog eens letsel of verdriet bezorgt. En ineens zag ik mezelf terug.

Toen ik op de lagere school zat, kreeg ik van mijn ouders een doos met schrijfspullen. Enveloppen, briefpapier en een pen. Een ranke balpen. Lichtgroen met chroom. Dat waren de schrijfspullen die mijn vader gebruikte om brieven naar mijn moeder te schrijven in de tijd dat hij in den verre verkeerde. Spullen met een verhaal. In die tijd had zich op mijn lagere school een weelderige ruilhandel in kantoorartikelen, knikkers en aanverwant klein speelgoed ontwikkeld. Dat ging van kwaad tot erger. Net als op de aandelenmarkt werd het steeds gekker. Op een goede dag ruilde ik een volle etui met pennen voor twee oude muntjes uit 1905. In de bibliotheek zocht ik in het muntenboek de waarde na. Dat bleek bijkans driehonderd gulden te zijn. Ik had financieel een gigantische slag geslagen. Blij zoals een kind dat kan zijn.

De eerste golf van geluk rolde terug de zee in. Een paar dagen daarna wilde ik wat schrijven. In de schrijfdoos was echter de pen waarmee mijn vader zijn brieven schreef verdwenen. Na wat rommelen in laatjes drong het langzaam tot me door dat de pen misschien wel per ongeluk in de geruilde etui beland had kunnen zijn. Tegelijk met dat besef spoelde er iets over me heen dat ik nog nooit eerder zo had gevoeld. Een gevoel van verlies. Schuld. Dat ik iets had gedaan in een bui van onachtzaamheid en daarmee iets had kwijtgespeeld dat niet van mij was. En niet te vervangen was. Die avond kon ik de slaap niet vatten en lag huilend in bed. Mijn moeder trachtte me te troosten en zei me dat we de volgende dag wel zouden kijken of we de pen nog terug konden krijgen. Maar ik wist dat dat niet zou lukken. Hij zou verdwenen blijven. Natuurlijk maakte het voor mijn ouders niets uit. Maar ik was iets verloren, voorgoed.

De schuld is intussen door de decennia gesleten. En toch, toen mijn vader laatst met een zak muntjes aan kwam van zolder en ik er feilloos de muntjes uit 1905 uit viste. Het herinnerde aan een moment. Het besef zorgeloosheid eindig is. En sommige daden, hoe onschuldig ook, gevoelens onomkeerbaar maken.






  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post30

Bil

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, September 27, 2018 19:49

‘Dood vlees.’

‘Ja, ik zie het.’

‘Maar kijk daar! Die heeft ’t dus wel, maar is zo netjes het te verbergen.’

‘Maar het is niet te verbergen, als ik je goed begrijp?’

‘Juist, je begint het te begrijpen.’

Deel 305. Bil

Twintig jaar daarvoor zaten we er ook zo bij. Maar dan op de West-Kruiskade. Saint Georges zei dan: ‘Check die bil!’. Dat deed ik dan en snapte niet exact wat er te checken viel, buiten wat een ronde vorm met een vrouw eraan. Dan wees ik een bilpartij die me beviel aan en die werd dan altijd afgekeurd met opmerkingen als: ‘Hangwangen’ of ‘Je snapt het echt niet hè?’. Saint Georges was de billenman en ik meer de borstenman. Maar borsten vertellen niet wat billen wel doen.

En zo zaten we daar. Twintig jaar later. Op de Boulevard de Rochechouart. Billen te checken. In twee uur tijd had ik me weten te ontpoppen tot een expert. Een score van honderd op honderd volgens de billenmeester. Als de bil in orde was had hij de ‘schwing’. Dat zou duiden op een dierlijke vaardigheid in het liefdesspel. Een aangeboren talent of een positieve ontwikkeling die duidde op een hoge mate van lichamelijke vrijheid, werd me gedoceerd door de meester. Wat opviel was dat veel donkere vrouwen leken te beschikken over de ‘schwing’. Aziatische vrouwen, en dan zeker Japanse toeristes, beschikten over geen enkel greintje ‘schwing’. Het was op een gegeven moment zelfs pijnlijk om aan te zien hoe verkrampt sommige vrouwen over straat hobbelden. Soms zag je dat de ‘schwing’ beteugeld was. Vaak waren dat donkere vrouwen die met kinderen en man over straat gingen. Daar ging een smeulend vuur achter de piëteit schuil. Maar al te vaak zag je ook dat het iets anders was.

En als je eenmaal ingewijd bent in de kunst van het billen checken, dan laat het je niet meer los. Die kleine blik kan dan een wereld zeggen over de persoon die je voor je hebt. Als ze met hun rug naar je toe staan. En wat dan opvalt is de ellende die je soms ziet. Vooral bij een grote schare blanke westerse vrouwen tussen de vijfentwintig en vijfenveertig. Stapt uit haar Mini Cooper, de borsten zitten goed, het hoofd zit goed in de verf, de kleding is goed, op de hakken die ze dragen zou het een spektakel moeten zijn, maar bij inspectie blijkt het dood vlees. Het merk van de kinderwagen belangrijker dan hoe je erachter loopt. Het mantelpakje of jurkje strak om de billen, maar conformistisch genoeg om gepaste eenheid uit te stralen. De bewegingen daarbinnen staccato. Vermoord door het keurslijf van de normen die de wereld aan hen stelt. Of erger, de doelbewuste keuze. De kilte van de gedachte aan zo iemand in bed doet me bibberen.

Twintig jaar geleden snapte ik, met de kennis die ik toen had, niets van billen. Nu begrijp ik dat er een wereld achter zit. Het vertelt zoveel meer over iemand, dan die persoon misschien zou willen prijsgeven. Waar de ogen de spiegel van de ziel zijn, zijn de billen de vensters van het lichaam. Hoe een pad des levens via curves loopt, of in scherpe hoeken. Hoe bekrompenheid zich laat vangen in een achterwerk. Maar ook hoe vrijheid en levenslust zich vertaalt in het trillen van vlees en wiegen van heupen.

En ja. Mijn lief check ik graag.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post29

Cowboy

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, September 27, 2018 19:47

Wat ziet een mens als hij een ander mens ziet? Wat zorgt ervoor dat de iemand over een drempel stapt en contact maakt? Hoe ziet de één de ander in relatie tot zichzelf en vice versa? Als in een film? Aan verschillende kanten van het zilveren scherm, dat de spiegel tussen werelden vormt.

Deel 304. Middag Cowboy

Afgelopen zaterdag was een dag die zeer naar mijn genoegen verliep. Fietsen, lekker wakker worden, krantje, gezin, klusjes. Dat wat een goed huisvader op zaterdag zo doet. Om halfvijf in de middag had ik ondertussen wel zin in een frisse pint. En wel specifiek een Duvel van de tap. Slechts één kroeg in Rotterdam serveert dat. Sijf op de Oude Binnenweg. Het terras zat ramvol. Toen ik mijn fiets na de laatste stadse boodschappenronde stalde, zag ik nog één lege barkruk aan een statafel net in de zon. Ik ging zitten, bestelde en een moment later kwam de dienster mijn schuimende en petillante verlangen brengen. Het bier was net iets kouder dan thuis. De bitterheid kwam goed tot zijn recht. Het glas was schoon en besloeg aan de buitenkant. De belletjes stegen gestaag op uit het centrum van de bodem van het glas. In de caféruit zag ik mezelf ontspannen onderuit zitten. Die buik viel wel mee. De glimlach rond mijn lippen vertelde me dat alles goed was. Perfect. Een moment, als sneeuw in de zon.

In mijn dode hoek was een personage opgedoken. Net dichtbij genoeg om de aanwezigheid op te merken. Net buiten mijn zichtlijn. Statisch, als een slecht geplaatste vluchtheuvel midden op de weg. In mijn gelukzaligheid schonk ik er geen aandacht aan. Maar de man bewoog zich naar binnen de periferie van mijn blikveld. Ik hield mijn Duvel omhoog en ving het licht van de zon dat de Binnenweg kliefde als een golf een ravijn. Schitterend. ‘Mooi, echt mooi’, hoorde ik naast me zeggen. Daar stond hij. De cowboy. Een man van mijn lengte. Cowboyhoed op, bijpassende laarzen, leren jack en gestileerde baard. Naar accent en oogopslag te oordelen Turkse achtergrond.

Ik zweeg even en hij opende: ‘Je ziet er echt gelukkig uit.’ Met een blik die van vriendelijk verschoof naar een spectrum van bittere ernst keek ik hem strak, maar open aan. Ik antwoordde hem, dat hij er erg gespannen uit zag en niet erg gelukkig. Ik deelde hem mede dat ik op café was gegaan om even in alle rust een biertje te nuttigen na een vruchtvolle dag, waarna ik naar huis zou gaan om te koken voor mijn gezin en niet in was voor een langdradig ellendig verhaal. Hij keek me beduusd aan. De blik van een verslagen man. Waar dan net dat kleine beetje uit drupt, dat je dan uit erbarmen doet zeggen: ‘Vertel.’ Mijn Duvel was de zandloper.

Hij was al twee weken op de dool van kroeg naar kroeg. Aan de zuip. Het was de liefde. Hij was verliefd op een getrouwde vrouw met kinderen uit Canada. En de liefde verscheurde hem. Op de vraag waar ze elkaar hadden leren kennen antwoordde hij ‘Facebook’. En hij had haar nog nooit in levenden lijve gezien. En dacht dat het door de tijd wel minder zou worden, maar dat bleek allerminst waar. Ik vertelde hem dat hij moest stoppen met zuipen en zijn geld opzij moest zetten om haar op te zoeken. Dan zou de toekomst de rest wel uitwijzen. Hij keek me beteuterd aan met waterige ogen. Vervolgens vertelde ik over mijn dag en hoe ik dan wel content was. Hij begon te snikken en de waterlanders kwamen. Een kort moment voelde ik de aandrang zijn arm aan te raken in bemoediging, maar mijn innerlijke rust weerhield me ervan. Ik zag het aan. Hij vertelde dat hij de afgelopen twee weken honderd flessen Jack Daniels op had. En dat hij twee dagen daarvoor in de gay bar twintig shots Jack had besteld en in een uur had opgezopen. Mijn bier was op en ik stond op van mijn kruk. Gaf hem een boks en vertelde hem na te denken over wat ik gezegd had. Hij keek me niet begrijpend aan. Ik draaide me om, liep naar de overkant van de straat, haalde mijn stalen ros van slot en gaf het de sporen. Onderweg moest ik lachen. Thuis vertelde ik dat ik een cowboy had ontmoet. Een trieste cowboy. Iets fluisterde: ‘Brokeback Mountain’.

De volgende dag liet ik mijn gedachten er nog eens over gaan. Waarom spreekt zo’n figuur mij aan. Mijn conclusie is droevig. De cowboy was zonder dat hij deed of hij het wist gay. De vrouw van zijn dromen was een spinsel of een leugen. Misschien was ze wel echt, maar hield hij zichzelf ermee voor de gek, door de liefde voor een vrouw onbereikbaar te maken. Hij zoop om zo diep mogelijk in de put te komen. Zo diep dat enkel een deus ex machina hem nog zou redden. Hem in de armen zou nemen en troosten. Een gelukkig iemand. Een andere man. Iets dat geheel tegen zijn opvoeding en cultuur in ging. Hij walgde van zichzelf, maar zou dan wel moeten toegeven. En zijn losgemaakte gevoelens zouden veilig zijn, ook al waren ze fout. Hij zou dan eindelijk aan zichzelf durven of moeten toegeven wat zijn ware aard was. Enkel een engel zou daarvoor goed genoeg zijn. Iets zo puur dat het de goedkeuring van god zou kunnen wegdragen. Of hij zag een onschuldig cherubijntje dat hij met een roofzuchtig lulpraatje er wel in zou kunnen laten tuinen. De zondaar. Maar zo werkt het niet. Niemand kan een engel voor een ander zijn. Soms moet je eenvoudigweg eerst aan de andere kant van de spiegel zijn geweest.

Al schrijvende moest ik nog denken aan een quote uit de film ‘The Crow’. Uit erbarmen voor de zoekenden, speciaal voor mijn Middag Cowboy: ‘Ya know, my daddy used to say every man's got a devil. And you can't rest 'til you find him... but if it's any consolation to you, you have put a smile on my face.’

https://youtu.be/9ipCKIxdHTs






  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post28

Prijs!!!

ActualiteitenPosted by Von Solo Fri, September 07, 2018 14:37
Von Solo wint de award voor beste performace op het dertiende BUT filmfestival!!!



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post27

BUT filmfestival

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, August 30, 2018 16:09
Donderdag 30 augustus treedt Von op om 18:00 op hhey BUT filmfest.
Ook het spektakelstuk Gershard Coxxx zal om 19:30 vertoond worden.

https://youtu.be/mgrVP33-3kM





  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post26

Rotterdam-Berlijn

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, August 30, 2018 16:06

Afgelopen weekend zag ik in de stad een poster hangen. Vier woorden vielen me op: Rotterdam, Shell, waterstof, Berlijn. Er liep een rilling over mijn rug. De liefde voor mijn thuishaven is geen onderwerp van dispuut. Ook al is het soms haat-liefde. En ik weet dat Rotterdam zich probeert te profileren als hippe stad. Maar het in één adem noemen van deze twee steden voor marketing doeleinden legt wel heel duidelijk een zere zenuw bloot.

Onlangs had ik het geluk een weekje in Berlijn te mogen vertoeven met mijn gezin. In Friedrichshain wel te verstaan. Oud Oost-Berlijn. Een ‘buurt in opkomst’. Voelde helemaal als thuis. Al na een dag was me echter duidelijk dat Berlijn een biotoop is, dat zich niet laat meten op polderschaal. ‘Hip’ kreeg ineens weer een andere lading dan de tegenwoordig geïnstitutionaliseerde hipheid van de Nederlandse ‘grote steden’. De yoga meiden en de barber boys. De hele meute blanke middenklasse bakfietsgezinnen, die allemaal niets willen missen. Voorspelbare veilige wegwerp hipte. Het moet ook weer niet te hip worden. De hipheid moet wel een beetje uniform blijven, anders snappen we het niet meer. En wat we hier in Nederland niet snappen, dat marginaliseren we, of maken we kapot met een clusterbombardement aan bureaucratische regeltjes.

Maar waarom is Rotterdam dan niet het Berlijn van Nederland? Heel simpel. Rotterdam is niet te vergelijken met Berlijn. Laat ik hiertoe een aantal mythes ontkrachten.

Rotterdam heeft erg geleden onder de oorlog en Berlijn ook. Dat klopt. Maar de schaal waarop is niet vergelijkbaar. Bij het bombardement vielen achthonderd doden. Bij de slag om Berlijn honderdduizend slachtoffers. Ook de vernieling staat niet in vergelijkbare verhoudingen.

Rotterdam is multicultureel en Berlijn is ook kosmopolitisch. De cijfers vertellen ons dat in Rotterdam vierenveertig procent van de bevolking wortels heeft buiten Europa. In Berlijn is dat achttien procent. Berlijn is dus in dat opzicht een ‘blanke stad’. De culturele dynamiek zou dus bij ons veel groter moeten zijn. Maar daar is weinig van te merken.

Het belangrijkste echter, is dat Rotterdam zich tracht te verkopen. Heel erg hard. Het meet zich dus alles aan,dat de marktwaarde verhoogt. Shell-waterstof-Rotterdam-Berlijn. Maar daaruit kan ik enkel concluderen dat Rotterdam het niet heeft en Berlijn het niet nodig heeft. Ze zouden ons vierkant uitlachen. Jazeker, dat zouden ze doen. Niet iedereen natuurlijk, maar zeker een aantal. Er zouden er zelfs de straat op gaan en stenen beginnen gooien. En dan zouden er ook nog een aantal de straat op gaan om met knuppels de stenengooiers te lijf te gaan. Want zo doen ze dat in Berlijn. Kampfzeit!

In het overwegend blanke en zeer grote Berlijn is het spectrum van subculturen veel groter. En ook radicaler. En dat is waar het verschil zit. In Rotterdam moet alles voldoen aan het Stalinistisch stilisme van het kannibalistisch kliekje dat de culturele diversiteit bepaalt. En er moet een heldere prijsvorming zijn. Anders snappen de boekhouders het niet meer. En graag licht verteerbaar en controleerbaar. Anders raken de hipsters in paniek. En je pop-up shopje in het uniform gerenoveerde pand van de almachtige woningbouwvereniging heeft ook bestaansrecht zolang de gesubsidieerde huurkorting geldt. Als het grote geld, lees de bakfietsblanken met torenhoge hypotheken, de wijk in komt, mag je oprotten, dan heeft de hipte zijn marketing doel gediend. Maar weet, dat vooral alles zonder monetaire waarde weergaloos is.

Ik kan me nog goed de Love Parade van 1997 in Berlijn herinneren. Rauw, met afwijkende wagens, rare vogelsen demonstraties. En de Dance Parade het jaar daarop in Rotterdam. Een evenement, tot in de puntjes geregeld. Levi’s en t-shirts. Clean en ingekaderd. En dat is het verschil. Berlijn is een demonstratie van wat een stad als organisme vermag. Wat er van Rotterdam over is, is een georganiseerd commercieel evenement. En zo werkt het met alle hippe evenementen in Rotterdam. Alles moet zo breed mogelijk uitgemeten. Ontdekken is er niet bij, want in de voorverkoop moet de opbrengst dekkend zijn, anders begint men er niet meer aan. Ten slotte nog een laatste bevinding om het af te maken. Afgelopen week was ik weer bij één van mijn favoriete hipster koffie tentjes, Man met Bril. Goeie koffie. Industrieel uiterlijk. Jong, quasi slonzig personeel. Alleen dan dat bordje: ‘PIN only’. So not-Berlijn.

Nee, het is niet Rotterdam-Berlijn. Het is Berlijn. Met heel erg in de verte een echo uit een heel andere put. In kleine letters. Onlangs heb ik ook een aantal dagen doorgebracht in Düsseldorf. Dat is veel meer te vergelijken met Rotterdam. Even groot. Ook twee bruggen over een rivier, een soort Euromast en op de koop toe elk jaar een kerstmarkt. Maar zo’n vergelijking verkoopt natuurlijk niet.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post25

La Chope

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, June 14, 2018 09:12



Op een terras in de volle zon. Voor me op tafel staat een Kronenbourg 1664. Halve liter. Bedauwd glas. Ik neem een grote slok en het smaakt naar water, belletjes en een weinig mout. Net een lichtbittere Spa rood. Mijn leesboek zet ik zo tegen het glas aan dat het de directe zonnestralen uit het bier houdt. Toch geen zin om te lezen. Ik wil nu even de hemel beschermen tegen de hel.

Er stopt een toeristentreintje. De ‘machinist’ moet uitstappen en zet een bord opzij dat automobilisten verteld dat de doorgang belet is in verband met straatactiviteiten. Maar de trein kan geen vertraging hebben. Het bord wordt niet meer teruggezet. Zo dat gaat. In mijn blikveld staat een grote man. Zijn leeftijd schat ik op half de dertig. Hij is erg groot. En oogt nonchalant en onsympathiek. Ik hou niet van grote onsympathieke mensen. Hij rookt ongeduldig. Voorbij zijn gezicht zie ik een jonge vrouw haar kleine, met struiken gevulde balkon op de vierde verdieping van een vervallen appartementsgebouw op bewegen. Ze knielt en doet yoga-achtig. Iets dat ik als het afschudden van energie zou kunnen interpreteren. Dan gaat ze mediteren. Tussen ons het lawaai van de Rue de Clignancourt.

Ik vraag me af hoe het zou zijn een relatie te hebben met zo’n type. Zou het onvoorstelbaar zijn. Of onvoorstelbaar voorspelbaar. De grote man is weggelopen. Maar keert weer terug en eet nu een stuk cheesecake. Ik kijk wederom over zijn schouder. De yoga mevrouw schudt haar haar los en kijkt de wereld in. Ze ziet mij. Dan verdwijnt ze naar binnen. Haar schuld is ze kwijt aan mij. En de grote man verdwijnt onopgemerkt. De barman die op Derrel Niemeijer lijkt, komt naar buiten. Hij loopt hetzelfde. Heeft hetzelfde weerbarstige haar en dezelfde soort bril. Hij doet of hij me half hoort. Als hij wegloopt zie ik de slimheid in zijn ogen flitsen. Mijn Perrier komt niet, de bestelde koffie wel. Het treintje ook weer en ik zou graag Allah Akbar roepen en het ding opblazen, maar er is ook één kind in, en dat doet me denken aan mijn eigen kinderen, hetgeen me sentimenteel maakt en daardoor weinig semtextueel.

Net aangekomen, weer weggaan, treintjes, mensen die gaan en verschijnen en alles heeft een verhaal. Dit is zo’n moment dat er iets blijft zitten, terwijl ik opsta. Een klein stukje onderbewuste valt uit mijn ‘ziel’ en rolt op de grond naast de stoel waar ik ooit zat. Dat stukje zal ik weer gaan zoeken een keer. En het zal zich niet laten herkennen. Maar het weet meer dan ik, wat ik doen zal. Wat ik denken zal. En waarom, toen en daar. Op een stoffige stoep, een kunststof geweven polypropyleen terrasstoel. Met als een golf het groen van de heuvel af door een steile straat in de verte. De code, die we bewust niet ontcijferen, ons verbergend achter ons best doend. Heimelijk ontkennend dat we gokken op een herkansing.



  • Comments(2)//actueel.vonsolo.nl/#post24

Revisie

ActualiteitenPosted by Von Solo Thu, June 14, 2018 09:09

De eerste keer. Het is me wat. De spanning, de stress. De verwachtingen en alles dat erbij komt kijken. Waar begin je aan zo in je jonge tienerjaren? Het grote avontuur. Het is jouw tijd. En je gaat dat allemaal meemaken. En hoe…

Er kwam een dag dat het ook voor mij zo ver zou zijn. Verkrampt door diverse dwangneuroses en angsten uiteraard iets later dan de gemiddelde jongeman, maar toch nog redelijk op tijd en ruimschoots voor het huwelijk. Zoals bij lastige dingen had ik me er alle mogelijke voorstellingen van gemaakt, om in nadering van het moment dit uiteindelijk weer alles los te laten. De eerste keer kun je uiteraard maar één keer doen, dus dan wil je wel dat het wat wordt. En mijn eerste keer is het memoreren waard gebleken.

Het meisje waarmee ik het voor de eerste keer zou gaan doen had ik bijtijds op de avond opgehaald. Ik had verzonnen dat we naar een vriend van me thuis konden gaan en daar vast wel ‘het’ konden doen terwijl de andere jongens beneden zopen en blowden. Weinig romantisch wellicht, maar als je zeventien bent en de rest van je vriendenkring loopt er al over op te scheppen, dan moet je ook wel. Denk je dan, of dat vertellen je hormonen je dan wel. Het had een zeer middelmatige, weinig memorabele, eerste keer kunnen worden.

Ware het niet dat plan A niet doorging. De vriend waar ik alles gepland had was niet thuis. Als milde autist kun je dan twee dingen doen. Dat is opgeven, alles laten varen en vastlopen, of als een stormram van vlees en bloed een weg vinden die zich niet gebaand weet door vanzelfsprekendheid. De chemie in mijn hersenen noopten me tot het tweede. Het verbaast me achteraf nog steeds dat het vijftienjarige meisje dat mijn vriendinnetje was, me in mijn blinde dadendrang gevolgd is. Het beste plan B dat ik in vijf minuten kon verzinnen was een huis dat onder aan de dijk stond. Een oude pastorie. Daar woonden hippies had ik gehoord. En zoals we allemaal weten zijn die van de vrije liefde. Dus leek het me gepast aan te bellen, alles heel simpel en feitelijk uit te leggen en vervolgens mijn maagdelijkheid eraan op te geven. Lang leve de innerlijke aspergerheid.

In mijn ene hand de hand van mijn vriendinnetje en aan mijn andere vinger de bel. Ik belde aan. Maar er werd niet opengedaan. Nogmaals belde ik aan. En nog een keer. En nog een keer. Tot ik me realiseerde dat ook dit plan B niet van de grond zou komen. Maar de koers waar ik op lag stond niet toe dat ik zou versagen. Samen met mijn meisje slopen we door het steegje naast het huis de tuin in. Ik controleerde of de achterdeur op slot was. Dat was ze. De openslaande tuindeuren waren ook gesloten, maar niet op slot. Met een brute kracht die een dwaas eigen kan zijn rukte ik de deur uit zijn vergrendeling. Ik had zin. En nu ook een opening. We slopen het donkere pand door en belandden op de eerste verdieping. Daar vleiden we ons op de grond en wist ik, na wat onhandig gefoefel, voor het eerst mijn piemel in een echt levend meisje te stoppen. Missie geslaagd. Dat feest duurde een uurtje en toen schrokken we op van een voordeur die dichtsloeg en stemmen beneden. Hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken, de bewoners van het pand hadden alle begrip voor onze daden en nodigden ons uit gerust nog een keer langs te komen. Hippies.

Als ik hier nu over nadenk, is een van de eerste gedachten dat iets dergelijks in deze tijd schier onmogelijk zou zijn. Toen hingen nog nergens camera’s. Meisjes van vijftien hadden nog geen volgsoftware op hun smartphones. Ze hadden sowieso nog geen telefoons. En mensen deden de deur nog niet goed op slot wegens Bulgaarse roverbenden. Daarenbij zijn er natuurlijk ook helemaal geen mensen meer die begrip zouden hebben voor dergelijk buitenissig gedrag. Als ik nu jong zou zijn, dan zou dit allemaal onvoorstelbaar zijn. Het was vast heel saai geweest, want vroeger was alles veel gaver. Mijn dochtertje of zoontje zullen nooit zulke avonturen beleven.

Maar was het vroeger wel gaver? Mijn ouders hun eerste keer was op zolder bij mijn tante waar ze logeerden. Dat is vast heel bijzonder en romantisch, maar leent zich meer voor een gedicht, dan voor een avonturenroman. Mijn opa en oma deden het een keer en konden daarna meteen verplicht trouwen wegens ongeplande zwangerschap. Dat leent zich ook weer voor een gedicht, maar dan een tikkie dramatischer.

Kortom, dan was de tijd waarin mijn eerste keer de kans kreeg, een gouden tijd. De beste tijd ooit. Mijn kinderen zullen dit nooit zo mee gaan maken. Het kan zo niet meer. Die kans is ze ontnomen door onze moderne virtualiteitsmaatschappij. Dat denk je dan. Maar stel nou dat de lijn der generaties zich gewoon voortzet. En wij ons slechts kunnen voorstellen wat onze generatie nieuw is. Dit verheffen tot standaard en referentiekader en daarna op een gegeven moment stoppen met dromen en durven. Bijvoorbeeld als we de nieuwe generatie lanceren. Ja, dan wordt het inderdaad nooit meer beter. Als mijn kinderen dit verhaal ooit onder ogen krijgen, dan zullen ze het misschien wel heel gewoontjes en knullig vinden. Dan denken zij dat ze iets veel gersers gedaan hebben. Iets wat zo gaaf is, dat hun kinderen die kans nooit zullen hebben in de toekomst. Realiseer je dat maar eens, als je morgen weer de broodtrommels staat klaar te maken, je smartphone checkt of naar je suffe kantoorbaan in de file staat.

Eens was ooit. Ooit dat wat nog komen gaat.



  • Comments(0)//actueel.vonsolo.nl/#post23
Next »