SOLO ACTUEEL

PaddyActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, February 22, 2018 08:55

Toen ik vanmiddag over het Rodezand fietste, werd ik overvallen door een verlangen om de Paddy Murphy’s binnen te gaan. De Paddy is een Ierse pub. Het zit onder in het World Trade Center. Aan de buitenkant lijkt er niet veel aan. Aan de binnenkant is het een andere wereld. Het is er gemoedelijk en warm. Zachte verlichting en robuust houten meubilair. Lambrizering en grote togen, houten vloeren, ruwe planken. Alles ademt rust en zachte gezelligheid. Ze hebben muziekprogrammaatjes die je in je binnenzak kunt meenemen die elke week dezelfde singer-song-writer-cover-muzikanten aankondigen met de boodschap ‘Paddy Murphy’s, where love stories start’. Een Ierse pub is een magische plek. De herinnering aan de zaterdagen met ome Sjors op de Korte Lijnbaan bij de O’Sheas, waar we altijd een paar pinten Guinness ging pakken tegen de middag om de kater te kelen. Of de Kate Whelan’s op de Nationalestraat in Antwerpen, waar de barman dronken saxofoon speelde als we diep in de nacht telkens weer een laatste bestelden. De O’Learys in Utrecht, waar we plannen maakten om de wereld te veroveren. Of met de benen op de vensterbank naar buiten starend bij de Mrs Maguire, vanaf de eerste verdieping uitkijkend over de Liffey in Dublin. Lunchen met vis, chips en whiskey bij de Mullin’s in Maastricht. Onderuithangend met een pint ochtendlager op de stoffige stoep bij de Corcoran’s in Parijs. Zondagen na het voetbal of zittend, starend, drinkend en pratend op een kabouterkrukje in de Paddy. Tijdloos. Het roept je terug. Een Ierse pub heet je altijd welkom. Een Ierse pub is één van de zekerheden in het leven. Daardoor realiseerde ik me ook iets anders. Een Ierse pub is tevens een valstrik. Het is een droombeeld dat altijd hetzelfde blijft, terwijl je zelf verandert. Het is iets dat je kan tegenhouden op je weg. Terwijl je een leven opbouwt blijft de pub hetzelfde. Ze zal je verleiden nog even hetzelfde te blijven. En nog even. Maar ik heb ervoor gekozen niet de rest van mijn leven te verdrinken. Ik heb gekozen voor een gezin. Voor liefde. Voor poëzie en film. Voor ochtenden met bedauwde velden terwijl de zon opgaat en de wind fris door mijn hoofd waait. En toch wilde ik vanmiddag de Paddy ingaan. Ik stelde me voor dat ik er zou mogen blijven wonen. En nooit meer hoefde te slapen. Dat de pinten stout gratis zouden zijn. En dat de tijd zou stilstaan tussen mijn twintigste en mijn veertigste. Er zou gedronken worden. En dan zou er gezelligheid zijn, warmte en vrienden. Niemand zou echt dronken worden. Want de tijd leek niet meer door te gaan. Ik stelde me voor dat mijn lichaam ophield, maar mijn geest niet. Die zou ik dan stallen in de pub. Waar alles goed en veilig is. Mijn ‘Matrix’ zou een Ierse pub zijn. Waar het lijkt of alles oneindig is, terwijl de nacht nooit eindigt. En als hij dan toch eindigt, alles langzaam lichtgroen wordt en iemand je ter troost een groot glas aanbiedt. Zorgeloos. Als de hemel bestaat is het een Ierse pub. Maar de hemel bestaat niet als zodanig. Een Ierse pub is als een Efteling. Enjoy it while it lasts. En daarom is het ook meteen zo waardevol. Het is meer dan een bar met een tap. Het is een universele droom, dat er altijd een plek zal zijn, waar alles weer goedkomt. Een baken van belofte en hoop, vervuld met donker bier en milde melancholie. En inderdaad, dit moet een teken zijn. Ik zou gewoon weer eens een lekkere pint moeten gaan pakken one of these days.

OesterActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, January 18, 2018 10:18

Blog image

Daar liep ik door de polder. Over een modderige weg, langs een dijk. Het regende en waaide. Een decemberdag zonder één enkele zonnestraal. Rechts van me vlakke velden vol klei. Vanaf station Kruiningen-Yerseke blijken geen bussen te rijden naar het dorp Yerseke. Taxi’s staan er ook niet. Alleen tram elf. En die pak je dan. Ik was onderweg naar Yerseke om daar de oesterputten te bezoeken. Sporadisch moet ik daar naartoe. Om oesters te eten. Het liefst als het koud is. Maar in het voorjaar kan ook. En als het echt zo uitkomt ook in de zomer. Soms met een maand ertussen, soms met een half jaar. Eigenlijk is er geen pijl op te trekken.

Na een klein uur wandelen kwam de dijk in zicht waaraan zich de oesterputten bevinden. Uit gewoonte ging ik naar ‘De Oesterij’. Ik bestelde bij een bevallige jonge Zeeuwse meid een glas Chablis en zes Zeeuwse creuses. Trok mijn regenbroek uit en de rest van mijn gelegenheidskleding en zette me om de omgeving in me op te nemen.

Toen ik voor de eerste keer oesters ging eten hier aan de dijk, stonden we op een zaterdagochtend te blauwbekken in een donker, rood metselstenen hokje met een sorteerband en een statafel. Ik was met een toenmalig directeur van een Bilderberg hotel. Eerst overheerste de twijfel, maar toen er een man in kokskleding binnen rende en een mand oesters mee griste die klaarblijkelijk voor hem klaarstond, keken we elkaar met voldane verbazing aan. We herkende hem allebei. Yannis Brevet, Inter Scaldes. Twee Michelinsterren*). Die haalt hier ook zijn oesters. ‘Meneer, doet u ons nog een dozijn voor nu en vier dozijn om mee te nemen. Het is feest vanavond’ Dat was het begin van het oestertoerisme, dat ons intussen links en rechts heeft ingehaald. Nu zat ik in een aangenaam verwarmd, overdekt en winddicht gemaakt terras met uitzicht over de putten. Om me heen hoorde ik gemoedelijk Vlaams klappen. De wijn werd op tafel gezet en ik liet me de oester smaken.

Een oester is een tweekleppig weekdiertje dat zich het best levend laat opeten. Mijn voorkeur heeft geheel naturel, of met een beetje citroensap en peper. Het mooiste is als je de oester bij het druppelen van het citroensap nog een klein ziet bewegen. Dan weet je zeker dat het goed zit. Sommigen slobberen de oester naar binnen. Ik geef er de voorkeur aan ze op te prikken met een vorkje. Een oester slik je niet in één keer door. Je laat hem in je mond glijden en met je tong voel je de oester. Dan kauw je rustig en beheerst, terwijl je met je tong en tanden de textuur geniet. De smaak is zo subtiel dat het opperste concentratie vereist de diepte ervan te benaderen. Uiteindelijk slik je door.

Ooit legde een mevrouw me uit dat er niet zoiets bestaat als de lekkerste oester. Soms is een Zeeuwse creuse lekker. Soms een Zeeuwse platte. Soms zijn de Franse Gillardeau oesters erg lekker. Maar de kwaliteit, als je het al zo mag noemen, is van nature nooit constant. Een oester is een levend product. De smaak hangt af van de hele natuur eromheen. Je kunt een oester geen eikeltjes voeren zoals je een Iberico varken dat zou doen. Een oester is de optelsom van de zee, het seizoen, de zon, de maan en de hele schepping. Maar een oester is vooral op dat moment, wat ze op dat moment is. En dat maakt oesters eten elke keer weer nieuw. En een ontdekking. Je weet nooit van tevoren hoe het zal zijn.

Verder kan het eten van een oester aangemerkt worden als een voedzame mix van tongzoenen en beffen tegelijk. Natuurlijk moet je daarvoor wel een beetje een fantast zijn om er zulke ideeën op na te houden, want het is natuurlijk gewoon een schelpdier eten. Of niet? Waarom worden oesters dan toch altijd het predicaat van afrodisiacum toegedicht? Is een zoen altijd hetzelfde? Smaakt een poes altijd hetzelfde? Zijn ook die zaken niet afhankelijk van het moment van de dag, de stand van de maan, de bui van de proever en de oester? Is die beleving niet ook een mix van fantasie en zinnelijkheid? Die kwesties zijn te persoonlijk om te veralgemeniseren. Een oester is niet te uniformeren. Net zomin als het leven en de liefde. De oester staat symbool voor veel meer dan een stukje luxe alleen. Ze staat voor alles dat in deze tijden dreigt te verdwijnen in de oneindige drang naar zekerheid, alles hetzelfde, snelle bevrediging, alles een merkje, duidelijkheid, geen risico’s en geen fantasie. De oester daarentegen is verbonden met alles dat de mens niet kan maken, maar wel kan vernachelen. Oesters zijn pure poëzie. Zo proef ik ze het liefst. Altijd stiekem hopend, op ooit een pareltje.

*)sedert 2017 drie sterren



Sieg HoActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, November 30, 2017 08:40

Blog image

Dochter: ‘Ik heb een verhaal geschreven waarin Sinterklaas vermoord wordt.

Vader: ’Door wie dan? De Kerstman?’

Dit lijkt een doodnormaal gesprek tussen een dochter en een vader aan de keukentafel. Maar wat het bijzonder maakt is dat er meer waarheid in zit dan men op het eerste oog zou vermoeden. Want onder de streep klopt het. De Kerstman heeft Sinterklaas al bijna vermoord. Alleen de Sint weet dat nog niet. Dat komt door al het nepnieuws tegenwoordig.

Welk nepnieuws, zult u vragen. Laat mij u vertellen dat dat de Zwarte-Piet-discussie is. De aanval op het fenomeen Zwarte Piet is zeer geraffineerd in elkaar gezet achter de schermen door slimme marketeers. Het leidt af van het echte doel. Het afschaffen van Sinterklaas. De Sint was tot voor kort untouchable. Met de Sint solde je niet. De Heiligman was goed. Hij had echter één zwakke plek: negerslaven! En laten we nou net in een samenleving verkeren waar we toch zo onderhand tot het besef gekomen zijn dat bepaalde geschiedkundige feiten niet meer stroken met de hedendaagse algemene normen. En waar er voldoende mediocrate actiebereidheid is om er een punt van te maken.

Maar wie spint hier dan garen bij, zult u vragen. De Kerstman uiteraard! Of beter gezegd Santa Claus. Santa haalt nog steeds jaarlijks niet de geraamde recordomzet rond de Kerstdagen omdat er op 5 december ook zo nodig nog een typisch archaïsch nationaal lokaal kinderfeest gevierd moet worden in Nederland. De aandeelhouders van Santa beginnen te morren. En dat futiele kinderfeest zit in de weg van de winst. Het is al gelukt Valentijnsdag in te voeren. Dat ging er met de paplepel in. Ook Halloween wint het intussen bij ons in de straat van Sint Maarten. Alleen die vervelende Sint. Echter een paar jaar geleden vonden de trollen van Santa toch een zwakke plek in Sint zijn defensie. Het eerste stadium van de afbraak van de macht van de Sint is intussen bijna geslaagd. Nu nog iets met me-too-misbruik aantonen en de Sint is exit. Dan heeft Santa zijn doel bereikt en zullen enkel de Coca Cola trucks nog onthaald worden in Dokkum op Black Friday.

En daar zit hem de crux. Dit gaat niet enkel om feiten en beelden. Het gaat niet eens enkel om het geld. Het gaat om het slopen van de oude Europese multi cultuur gebaseerd op verschillende bevolkingsgroepen en een doorlopende stroom nieuwkomers en verhuizers. De grote sloper heet de Angelsaksische cultuur. Een cultuur die wel vaart bij eenvormigheid, schaapachtig gedrag en ongebreidelde consumptiezucht. Een cultuur die geen andere culturen naast zich tolereert. Een cultuur die gedijt bij eenvoudig herkenbare en vooral uniforme symbolen. Zoals de nazi’s het hakenkruis hebben, heeft de Angelsaksische cultuur de gouden bogen van McDonalds. Duidelijkheid. With us or against us. Capitalism first! Er is geen plek voor twee symbolen. Er is geen plek voor meerdere goden. Er is geen plek voor Santa én Sint. Dus degene die in de weg staat van altijd groeiende honger naar rendement en shareholder value, moet uit gefaseerd worden. Het is tijd voor een cultuurverandering. En zoals u wellicht weet is cultuurverandering altijd de voorbode van ‘de grote reorganisatie’. Hebt u er zin in? Bent u er klaar voor? Laat u zich voor dat karretje spannen? Kiest u vooral zelf. Nu er misschien nog keuze is. Of trek lekker een trendy t-shirt aan en droom lekker verder.



ParacetamolActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, November 23, 2017 07:47

Blog image

Elke ochtend als hij opstond had hij hoofdpijn. En elke dag werd het een beetje erger. Eerst dacht hij dat het aan het weer lag. Of aan zijn contactlenzen. Hoewel hij sterke vermoedens had dat het iets anders was. Zijn vriendin raadde hem aan paracetamol te nemen. Maar de hoofdpijn ging niet over. Hij ging naar de dokter. Die gaf na een gesprek aan dat het waarschijnlijk de stress was. En raadde hem aan een paracetamol te nemen. Na een maand werden de hoofdpijnen nog erger. De huisarts verwees hem door naar een specialist. MRI-scans wezen op een hersentumor. De specialist adviseerde twee paracetamol in afwachting van het behandelplan. De Zwarte Piet discussie is net paracetamol.

De Nazi’s verbrandden boeken. Ze begrepen niet dat ze daarmee geen gedachtengoed konden verbranden. Ze verbrandden ook Joden. Maar daarmee konden ze geen geloof verbranden. En zigeuners en homo’s. Maar vrijheid en seksuele vrijheid verbrandde niet. Mensen verbranden vlaggen, maar geen land verdwijnt erom. Je kan standbeelden weghalen, maar geen geschiedenis. Je kan doorlopend nepnieuws maken, maar de feiten blijven staan. Je kan het meisje uit het woonwagenkamp halen, maar het woonwagenkamp niet uit het meisje. Je kan de alcohol uit het bier halen, maar nooit de zuipzucht uit de man. Je kan de duivel uitbannen, maar niet het kwaad uit de wereld. Je kan nog zoveel mooi weer spelen als het regent. Je kan paracetamol nemen als je een hersentumor hebt. Het gaat er niet door weg. Hooguit de pijn. Een heel klein beetje.

Vanavond las ik een stukje in Vrij Nederland (https://www.vn.nl/alma-mathijsen-bus-zwarte-piet/) geschreven door een naïeve gelegenheidsdemonstrante. Een labiel jankverhaal van een grachtengordeltype dat nooit een klap op d’r bakkes heeft gevoeld van dichtbij. Typisch voorbeeld van een millennial die rechten ontleent aan de meest trending twittermeningen, instagrambeleving en cybersprookjes. ‘Oh, demonstreren, leuk. Als het maar niet te spannend wordt en we thuis wel kunnen vertellen dat het zó leuk was…’ En natuurlijk is de politie slecht. Maar dat had je kunnen weten. Ze zijn de uitvoerders van een verrot systeem. Dat kwaad zit veel dieper. Dat staat niet op de A7 tussen Joure en Dokkum. De uitvoerders van het kwaad zitten gewoon veilig in pluche en torentjes in Den Haag. En draaien een rad voor de ogen van dergelijke naïevelingen. In boardrooms en veilige villa’s lacht de echte macht.

De beeldenstorm in 1566 duurde drie maanden. De oorlog die erop volgde duurde tachtig jaar. Die drie maanden losten weinig op. Het heeft wat weg van het vernielen van cultureel erfgoed dat IS de afgelopen jaren intensief heeft beoefend. Een beeld is zo kapot. Maar als de achterliggende wereld je doel is, dan heb je nog een lange weg te gaan. En ik betwijfel of al de huidige meninghebbers dat zich ook realiseren. Het vereist een bredere kijk op zaken en een stukje historisch besef. Geschiedenis? Geven ze dat vak eigenlijk nog wel op school? En het vereist een lange adem, strijd en slachtoffers, veel slachtoffers. Ik ben benieuwd of de hedendaagse ‘demonstrantjes’ nog over een dergelijke helicopterview beschikken om dat te bevatten.

Er zijn twee manieren waarop je iets groots kunt aanpakken. De eerste manier is voor de bühne. Dat is voor de poseurs, die graag ter meerdere eer en glorie van zichzelf staan te blaten. Bijvoorbeeld Sylvana Simons. Of Thierry Baudet. Die is wezenlijk geen haar anders waar het komt op aanpak van echte problemen. Een probleem aanpakken voor de bühne is een beeldenstorm. Het is een steen door de ruit gooien en dan hard wegrennen. De tweede manier is een probleem echt aanpakken. Analyse, feiten, volharding, strijd, offers, falen, falen, en nog eens falen, terug op krabbelen, alles verliezen, onrecht ondergaan als de gewoonste zaak van de wereld en maar blijven hopen en blijven vechten. Tegen alle weerstand in.

Het is niet onlogisch dat de eerste manier en de tweede manier bij de aanpak van grote problemen samen gaat. Maar zoals gesteld, de eerste manier is voor mietjes en de tweede manier is voor volhouders. De eerste manier is voor mensen die gaan voor glorie. De tweede manier is voor mensen die gaan voor een betere wereld. De eerste manier is voor mensen die geloven dat als je Zwarte Piet doodt, je het racisme uitbant. De tweede manier is voor mensen als Mandela, die jarenlange gevangenisstraffen, lijden en verlies niet uit de weg gaan, voor een hoger ideaal en dan na alles nog geloven on co-existentie. De eerste manier is paracetamol. De tweede manier is een behandelplan met geen enkele zekerheid van de uitkomst. Maar wel gericht op wat echt het probleem is. De tumor. Niet de hoofdpijn. Momenteel houden duizenden mensen zich voor en tegen bezig met de paracetamolvoorziening. De eerste die met een echt behandelplan komt moet ik nog meemaken.





ComedieActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, November 23, 2017 07:45

Blog image

Op een dag neem je jezelf voor de beslissing, dat het niet langer kan zo. Het idee dat het leven één opgaande lijn is komt maar niet van de grond, door allerlei futiliteiten en tegenwerkingen van datzelfde leven. Maar je weet zeker dat, als je alles anders gaat doen, wel elke dag een feest zal zijn. Leven alsof elke dag de laatste is. Geloof je het zelf?

Als ik mijn zoontje vraag wat de leukste plek van Rotterdam is, dan zegt hij steevast: ‘De Intertoys’. Geen buitenspeeltuin, geen pannenkoekenhuis, geen museum, niet zijn eigen huis. Nee, de Intertoys. Want daar kun je altijd speelgoed kopen. Of het nou net Sinterklaas geweest is of zijn verjaardag, als je hem vraagt wat hij het liefst zou gaan doen, dan zal hij zeggen: ‘Naar de Intertoys!’ Uiteraard stoort me dit mateloos als ‘verantwoorde vader’, maar met de hand in eigen boezem kan ik ook niet anders concluderen dan dat ik het wel snap. De maatschappij waar we in leven is rijk en welvarend. En consumeren is waarde geworden. Zolang je dat doet, verzeker je jezelf van doorlopend kortstondig geluk. Dat snapt zelfs een kind onbewust. En tot ik stopte met veel drinken en onbeperkt schransen, wist ik ook niet beter. Soms gaan je ogen wat laat open voor dat soort zaken. Dus kun je het een kind kwalijk nemen? Wie kiest er bewust en gericht voor de schrale leegte welke achtergelaten wordt door een gebrek aan materiële zaken en snelle bevrediging? Dat waar je mee geconfronteerd wordt tussen werk en wereldreis. Dat vermijdt men liefst.

Het lijkt er een beetje op dat we gelukkig zijn en het leiden van een leven als hetzelfde beschouwen. Ben je niet gelukkig, dan leef je niet echt. Dan moet je gelukkig worden zodat je weer kan leven. Leven alsof het de laatste dag is bijvoorbeeld. Bucketlists maken en bouquetreeksen als leidraad. Jezelf doelen stellen die je wil behalen in je leven zodat je dan weer hogere, of gewoon meer doelen kan stellen. Dat kan een grotere auto zijn, een groter huis, een jongere vriendin, nog maar een kind, een verre reis. En dan zal alles in orde zijn. Dan ben je gelukkig en kan je leven. Het heeft iets weg van een vicieuze cirkel. Maar ooit zat ik ook in deze cirkel. De oplossing was dat ik zou vertrekken uit Zeeland, en dan zou alles beter worden. En zou ik elke dag gelukkig zijn. Zo belandde ik in Breda. Daar leerde ik vooral weer andere problemen van het leven kennen. Ik was vrijer. Maar veel gelukkiger was ik niet. Dus na anderhalf jaar verhuisde ik naar Antwerpen. Want dan zou elke dag als vakantie voelen. En dat bleek ook zo te zijn. Nog steeds als ik van de Rooseveltplaats naar de Wapper loopt voelt het als thuiskomen in vrijheid. Vrijer en losser van alles dan ooit daarvoor. Mijn eigen weg. Maar om te zeggen dat het louter gelukkige tijden zijn geweest zou wat al te melancholisch zijn. Het was ook afzien en de goot van dichtbij bekijken.

Uit die tijd is me een voorval bijgebleven. Ik had op een dode donderdagavond met een maat afgesproken. Samen hadden we toch zeker tweehonderd frank te besteden die avond. Voor dat geld was het in die tijd nog best mogelijk wat pinten te vatten. Een pintje kostte toen nog vijfendertig franc. We waren beiden nog nooit in het café aan de overkant van de Oude Vaartplaats geweest waar ik toen woonde. Café de Groote Komedie. Het zag er van buiten warm en uitnodigend uit. Echt zo’n plek waar je je van afvraagt waarom je er nooit eerder bent geweest. Binnen bleek er een broeierige ambiance te hangen. Er waren wat stellen aanwezig die wij als oud klasseerden. Zelf waren we net twintig en deze mensen waren zeker bijna veertig. Een vrouw danste lustig met een man. Beiden raakten we gebiologeerd door de dans en op een gegeven moment wilde de vrouw ook met ons dansen. Als gezonde jongens sloegen wij dat niet af. Het woord MILF bestond nog niet, maar wij wisten al wel. Ze schurkte tegen ons aan en wij sloofden ons uit. Na het dansen kwamen we in gesprek met de man van de wulpse vrouw. Uit beleefdheid vroegen we iets onbestemds. Daarop antwoorde hij dat het allemaal ‘nen grooten comedie’ was. Ik merkte op dat dat inderdaad ook de naam van de kroeg was. Daarop zei hij dat dit inderdaad ‘nen grooten comedie’ was, tevens refererend aan de kroeg. Dit herhaalde hij nog tweemaal. We dansten nogmaals en dronken printen tot ons geld op was. We hadden een topavond gehad. Twee dagen later praatten mijn kompaan en ik nog wat na over de bewuste avond. Het beloofde meer. Ik ben daarna nog een keer of drie bij café de Groote Komedie geweest. En het was saai en er gebeurde niets. Café de Groote Komedie bestaat intussen ook niet meer.

Er is meer dan veertig jaar turbulent leven achter de rug. En het is niet zo geworden als ik op mijn achttiende dacht. Maar als ik een rustig moment heb. tel ik mijn zegeningen. Als mijn zoontje zit te tekenen en ik kijk naar hem, dan voel ik me gelukkig. Als ik mijn dochtertje in een boek zie lezen, dan kijk ik daar graag ongemerkt naar. Dat vervliegt weer bij de eerste gewenste volwassen plichtpleging. Maar zo’n momentje herkauw ik rustig. Als ik denk aan het moment dat ik de zon zag opkomen om zeven uur in de ochtend op een zondag boven de Erasmusbrug twee jaar geleden, dan beleef ik dat even weer. Vervolgens duik ik weer een spreadsheet in op een druk kantoor. Leven is als een kus in de nacht tussendoor slaap en waken. Het koesteren waard. En enige zekerheid op herhaling is er niet, hoogstens hoop en verlangen. En daar kun je een enorm drama van maken. Maar wezenlijk gezien is het niet veel meer of minder dan ‘nen groote comedie’. Dan kun je er ook maar beter om lachen op het moment dat die ene goeie grap je overkomt.



IntimiActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, October 26, 2017 08:47


Blog image

‘Als ik op jonge leeftijd voldoende seks en intimiteit had mogen smaken, dan was ik nooit zo verknipt geworden.’Het is tot een paar jaar geleden dat ik dit tegen mezelf gezegd heb. Ik heb dit lang als voldongen feit gezien. Maar ik kan niemand meer in het bijzonder de schuld ervan geven. Voorheen gaf ik meisjes en later vrouwen de schuld. Later mezelf. Het is een klote tijd geweest. En ik heb slechte dingen gedaan. Maar dat is voorbij. Ik heb nu zelf een dochter die langzaam een jonge vrouw wordt…

In de vierde van de middelbare school kwam ik bij een meisje in de klas te zitten dat altijd t-shirts droeg met wijde halzen. Daardoor kon je de bh-bandjes zien lopen over haar blote schouders. Ze droeg altijd uitdagende felrode lippenstift. Ze was een jaar ouder dan ik. Haar ranke borsten priemden steevast, trots door haar shirtje. Ik heb oneindig vaak gemasturbeerd terwijl ik aan haar dacht. Uiteraard was ze niet in mij geïnteresseerd. Tijdens het masturberen fantaseerde ik soms dat ik door de school zou lopen en haar zou tegen komen. We waren dan alleen. Ik duwde haar het toilet in. Daar bleek dan ineens dat ze ook zin had en voordat de fantasie veel verder kwam, kwam ik meestal al. Als ik al deze fantasieën met haar had gedeeld, zou ze zeker niet meer met me gepraat hebben. Over zulke zaken praat je niet. Zieke gedachten.

Toen ik op kamers zat in Breda was ik voor het eerst in mijn leven echt vrij. Eindelijk beleefde ik een periode in mijn leven waarin er geen tekort aan seks bestond. Ik was lichamelijk gelukkig, zij het onervaren. En op een gegeven moment werd ik zonder dat ik het doorhad verliefd op een meisje. Op een avond had ik met haar en wat vrienden bij café De Boulevard afgesproken. De avond verliep gemoedelijk. Ze was mooi en alles was fijn. Ik had het erg naar mijn zin en voelde me heerlijk en vrij. Ik huppelde als een dartel hertebokje naar de WC en toen ik klaar was, kwam ik op de gang een jongen tegen die me toelachte. In mijn verliefde enthousiasme gaf ik hem spontaan een kus en rende door naar mijn gedroomde vriendinnetje. Ik kan soms zo’n mallerd zijn. Toen mijn ‘vriendinnetje’ naar huis ging, maakte ik ook aanstalten te gaan. De jongen die ik op toilet tegen gekomen was, kwam ineens naar me toe en vroeg waar ik heen moest. Ik vertelde hem dat ik naar huis zou lopen op de Nieuwe Haagdijk. Dat was tien minuten lopen. Hij zou wel een eindje met me oplopen want woonde op de hoek van de Haagdijk, wat op de route lag. Toen we bij zijn huis kwamen vroeg hij me nog binnen om wat te drinken. Hij bleek de zaakvoerder te zijn van een gay discotheek die daar op de hoek zat. Ik stemde toe en we praatten wat en even later probeerde hij me zijn bed in te praten. Dat ik zo’n lieve jongen was. Dat hij gewoon alleen maar tegen me aan wilde liggen. Ik werd dat spoedig zat, gezien ik hem duidelijk had proberen te maken dat ik niet op mannen val. Op een gegeven moment werd hij dwingender van toon en herinnerde ik me dat hij bij binnenkomst de voerdeur op slot had gedaan. Ik begon me langzaam onplezieriger te voelen en gaf aan dat ik wilde gaan. En maakte aanstalten. Schoorvoetend begeleidde hij me naar de deur. Op de trap gaf hij aan dat hij me ook gewoon kon dwingen. Daarop gaf ik aan dat ik een paar jaar niet onverdienstelijk aan Thai boxen had gedaan, hetgeen ook waar was. Daarop gaf hij aan dat hij alsnog de vloer met me zou kunnen aanvegen. Ik schatte in dat dat klopte. Hij ontgrendelde de deur en probeerde me alsnog tegen de muur te drukken en te zoenen. Ik rukte me los en stond buiten. Mijn laatste woorden waren dat het me speet dat ik hem misschien hoop had gegeven, maar dat ik hier echt niet voor in was. Dat meende ik ook. Op dat moment wist ik meteen hoe het is om geïntimideerd te worden. Ik had me ‘een meisje gevoeld’. De woorden gehoord die ik zelf ook zou hebben kunnen zeggen. De woorden waarvan ik wist dat ‘echte mannen’ ze gebruikten om meisjes het bed in te praten.

Ik heb niet veel vriendinnen gehad. Het zullen er een stuk of zeven zijn geweest. En nog wat korte episodes. Van de zeven vriendinnen die ik heb gehad waren er minstens drie slachtoffer geweest van ernstig seksueel misbruik in de ordegrootte van verkrachting. Eerst dacht ik dat dat aan mij lag. Dat ik dat soort meisjes aantrok. Intussen weet ik dat dit ‘gewoon’ gangbare statistieken zijn. Zelf zou ik me uiteraard nooit verlagen tot het niveau van een verkrachter. En toch ben ik naar aanleiding van de recente ontwikkelingen gaan graven in mijn geheugen. En er kwam een verhaal naar boven. We waren wat wezen drinken. Ik vond haar wel geil. Zij was verliefd op mij en had op eerdere gelegenheid bewezen goed in het betere handwerk te zijn. Ik vond haar niet bijzonder aantrekkelijk, maar het bood wel potentie in de zin van het bevredigen van lust. We belandden op een studentenkamer. En in bed. Ik haalde mijn lid tevoorschijn op een gegeven moment en maande haar er wat mee te doen. Dat lag haar op dat moment echter niet zo. Dat kon wel zijn, maar ik verviel in ‘gewoon net zo lang zeuren tot ze onwillig overstag ging’. Aan het einde van het spel een lauw ejaculeren, maar geen glorie. In het donker kon ik geen tranen zien. Dat alles in een onzinnige vlaag van lust. Ik ben toen tever ben gegaan, dat weet ik zeker. Ik ben een volkomen doorsnee jongen, zonder criminele intenties. Zonder maniakale driften. Zonder een overweldigende bouw of fysiek. En toch blijkens in staat tot wandaden onder invloed van geilheid. Dat geeft te denken. Neem daarbij dat bijna de helft van de vriendinnen misbruikt waren geweest. Daaruit zou je kunnen concluderen dat er héél veel jongens en mannen moeten zijn die over de schreef gaan. Het is niet het werk van één gestoorde gek. Dat is een klasse apart waar ik hier niet over zal uitweiden. Het beangstigende is dus juist dat het heel ‘normale, onschuldige’ jongens kunnen zijn. Die op het moment dat het speelt in hun geile kop niet eens doorhebben dat ze over de schreef gaan. Dat komt pas later. Als het te laat is en ze het liever vergeten, terwijl de ander liever zwijgt.

Al vanaf het moment dat mijn dochter geboren is, ben ik mij ervan bewust dat de kans groot is dat ze met misbruik te maken gaat krijgen. In wat voor vorm dan ook. Dat is een gedachte die je kan uitstellen zolang ze nog op de lagere school zitten. Maar dat duurt niet. Mijn enige hoop is dat ik veel met ze kan delen. En open kan zijn over wat er gebeuren kan. En hoe mensen zijn. Het kan de vader zijn van een vriendin. Een familielid. Haar eerste vriendje. Die populaire jongen op school. Een engerd in een steegje. Als de een groot deel van de vrouwen met misbruik te maken heeft gehad, dan heeft naar schatting zeker bijna een even groot deel van de mannen weleens op wat voor manier dan ook seksueel misbruik gepleegd. Hoe schijnbaar futiel ook. Ik kan mijn dochter niet zeggen dat ze geen enkele man kan vertrouwen, maar daar trekt een pubermeisje zich toch niets van aan. Dat ze voor roofdieren moet uitkijken denk ik dat ze zelf wel snapt. Hoe ze die herkent zal ik ze vertellen.

Ik kan ze verder enkel meegeven dat er geen garanties zijn. Dat zelfs de liefste, leukste jongen in een moment van geilheid iets stoms kan doen.

Maar dan het grote plaatje. Seks is altijd een taboe geweest en het is een ‘markt’ waar vraag en aanbod elkaar nog steeds ontlopen. Het enige wat parallel met de financiële markt loopt is dat de rijkdom altijd onevenredig verdeeld lijkt. En dat heeft alles met de beeldvorming en macht te maken. Perverse prikkels. Want alles draait om marketing. En wij slikken wat ze spuiten. Met zijn allen. Man en vrouw tuinen er gelijkelijk in. Zo blijven we elkander in de staart bijten. Man dader en vrouw slachtoffer. Man geil, vrouw gewillig óf slachtoffer. Zo is het altijd geweest en zo willen ‘we’ het vooral graag houden. In de hele huidige uitwas en confessies zie ik vooral weer bevestiging van beelden. Maar ook een zekere tendens dat het wel de duidelijkheid schept die de wereld begrijpelijk maakt. Vrouw kaart misbruik aan. Alle vrouwen kaarten misbruik aan. Man bekent misbruik. Alle mannen bekennen misbruik (alleen de niet strafbare gevallen natuurlijk). Vergeten en vergeven en over tot de orde van de dag. Vrolijk doortinderen en consumeren. Aanzien verwerven door uiterlijk of status. En vooral doorgaan met de eeuwenoude machtsspelletjes. De verdeel en heerstactieken. Dat wat mensen in een machtige positie in staat stelt te nemen wat ze vinden dat hen toekomst. Dagelijks worden mensen in arme landen ‘financieel verkracht’ door de rijke landen. Dagelijks worden medewerkers van bedrijven ‘ethisch misbruikt’ door de almachtige aandeelhouders. Dagelijks wordt stemvee belogen door politici die niet veel meer wensen dan bevrediging van hun narcistische lusten en een standbeeld. Dagelijks worden vrouwen misbruikt door mannen. Het is de macht die bepaalt en enkel de macht. En eenieder voelt dat. Het is cultureel bepaald en zit inherent ingebakken in de prestatiemaatschappij die ons zo lief is, omdat dat ons zo is aangeleerd door onze ouders, op school en door de media!

Aan het begin van mijn relaas poneerde ik de stelling: ‘Als ik op jonge leeftijd voldoende seks en intimiteit had mogen smaken, dan was ik nooit zo verknipt geworden.’ Intussen weet ik beter. Als de wereld niet zo verknipt was geweest, had ik zeker voldoende seks en intimiteit mogen smaken op jonge leeftijd.



Homo ludensActualiteiten

Posted by Von Solo Thu, September 28, 2017 12:23

Blog image

Toen ik jong was, was mijn ergste angst dat ik homo zou zijn. Nog erger dan de angst om kaal te worden. Kaal ben ik intussen ten dele geworden. En de angst daarvoor is verdwenen. Homo is een ander verhaal…

In de jaren tachtig waren er in Zeeland geen homo’s. Hoogstens excuus homo’s. Aardige mensen, maar niet waar je verder veel mee te maken moest hebben. De kapper, maar daar wist niemand het zeker van. Als kind reeds interesseerde ik me mateloos voor intermenselijke relaties, ook al begreep ik er niets van. Maar ik wist wèl dat ik zeker geen homo wilde zijn. Mannen die ik ervan verdacht, vertrouwde ik dus ook niet en meed ik als de pest. En je kon ze makkelijk herkennen. Van die héél lichtblauwe ogen en blond haar. En met zo’n verwijfd handje. Dat werd je wel geleerd. Nee, homo’s had je in normale families niet. Daar zorgden vaders wel voor.

In de jaren negentig ontlook mijn seksualiteit. Onhandig was ik. En veel signalen die meisjes gaven pikte ik niet op. Erg succesvol was ik ook al niet. Raar wel. Met een ranke bouw en lang haar. Niet zelden werd ik vanachter voor een jonge vrouw aangezien. De vriendinnen die ik wel had onderkenden ook altijd mijn ‘vrouwelijke’ kant. Terwijl ik er enkel in geïnteresseerd was de vrouwelijke kanten van hen beter te leren kennen. Stoer was ik niet. Aan stoere jongens had ik een hekel. Zeker omdat die wèl succes hadden bij de meisjes en ik niet. Ik voelde me een soort mislukte versie van Prince. Het heeft tot zeker in mijn begin twintiger jaren geduurd eer ik een vriendinnetje had waarbij ik op regelmatige basis seksueel enigszins mijn ei kwijt kon. Maar ook dat duurde niet en stiekem miste er wat.

En toen volgde weer een periode van droogte. Ik verlangde zo sterk naar lichamelijke intimiteit dat er zelfs momenten geweest zijn dat ik actief overwoog homo te worden. Puur voor de seks. Wegens het promiscue karakter dat die erop na houden. Dan nog liever homo dan helemaal geen seks. Maar zo ver is het nooit gekomen. In die periode heb ik toen weleens met een man gezoend. Raar was dat, en onwennig. En het was eigenlijk zelfs de tweede keuze, omdat de man van mijn keuze op het holebi fuif hetero bleek te zijn. Ook bezocht ik altijd graag café de Roze Wolk in Utrecht. Daar kon ik lekker dansen op de tafels en had ik wel altijd aandacht. Ware het dan van mannen. Het enige succes dat ik daar ooit op mijn conto heb kunnen schrijven was een leuke vrouw.

Dat neemt niet weg dat me door de jaren heen wel een aantal dingen op waren gevallen. Vrouwen noemden altijd steevast mijn vrouwelijke kant. Ik heb minder interesse in voetbal dan de doorsnee man. Homomannen hadden altijd aandacht voor me een probeerden dat meer dan eens in daden om te zetten. En ik beschik over een gay-dar. Een zesde zintuig dat homo’s kan herkennen. Dat alles bracht dan toch mijn oude angst naar boven. Zou ik dan toch niet stiekem homo zijn? Ik heb bijna alle boeken van Hemingway gelezen. Schrijf gedichten. Heb een vrouw en kinderen. Kortom, de ideale homo zou je zeggen. Hop, de kast uit!

Maar helaas. Ik denk dat ik daar te oud voor ben. De jeugdige hengstigheid is getaand. Intimiteit is gebleken niet iets te zijn dat ontstaat door veel seks alleen. Dat is iets heel speciaals tussen twee mensen. Op een manier die toch niet te sturen is. Dat is me veel meer waard. En toch ben ik er soms bij vlagen nog weleens heel even bang voor dat ik homo ben. Maar nu is dat vooral grappig. Leuk om dat te beschouwen binnen deze tijden van genderdiscussies, regenboogvlaggen, omni-amorie en ieder-voor-zich. Ik denk niet eens dat ik biseksueel te stempelen ben. Hoogstens een voorbeeld van een mens dat de conventies van man en vrouw van jongs af aan niet vertrouwde. Soms is mijn geest een man, soms een vrouw. Op zoek naar de mens in me ben ik beiden. En als mijn zoon ooit homo mocht blijken dan vind ik dat fijn voor hem. Hij liever dan ik.

Gepast sluit ik dan ook af met de woorden uit 1996 van ‘Rent Boy’ uit Trainspotting:

‘One thousand years from now there’ll be no guys and no girls, just wankers. Sounds great to me.’



Second loveActualiteiten

Posted by Von Solo Fri, September 15, 2017 09:34

Blog image

Mevrouw Solo zat televisie te kijken. Er kwam een reclame voor ‘Second Love’ voorbij. ‘Hè, dat snap ik niet…is dat nou een dating site voor een nieuwe relatie na je relatie?’ Waarop ik antwoorde dat het niet voor erna, maar voor er naast was. Mevrouw Solo schudde haar hoofd: ‘Raar hoor.’ Gelukkig zijn wij thuis nog heel ouderwets.

Second love is in het huidige Tinder-tijdperk een schijnbaar populaire datingsite voor mensen die sluiks willen rondscharrelen naast hun reguliere relatie. Het is de zoveelste exponent van ‘als-je-het-in-het-echt-niet-kan-dan-helpt-de-digitale-techniek-je-wel’. Het vereist geen enkele tact of vaardigheid. Het vereist enkel dat je als een chimpansee een iPad kunt bedienen. Zo zou ik de klanten van Second Love, Tinder en noem al die andere platforms maar op dan ook willen typeren. Beter in swipen, dan in sociale omgang. Te lui om de deur uit te gaan voor meer dan een wip alleen. De vangst belangrijker dan de jacht. De bestemming belangrijker dan de reis. Het is iets voor mensen die op vakantie naar een resort gaan met een armbandje.

Second Love is in Amsterdam een postercampagne gestart blijkbaar. Dat lijkt me inderdaad een plek waar je de gewenste doelgroep snel bereikt. Het barst daar van de oppervlakkige neo-neuk-klonen met parallelle levens. Zowel vrouw als man. Zo komt het me in ieder geval altijd voor uit die TV series en films die ik daar opgenomen zie zijn en gelden als voorbeeldmateriaal voor de goede zeden in dit land. Knappe jonge blanke geslaagde dertigers die graag hun leven wat tragischer en hipper maken met een buitenechtelijke relatie. Of gewoon om bij een vaasje Amstel of een vodka lime te kunnen pochen en bulderen met vrinden of giechelen en koketteren met vriendinnen. Kortom, precies op zijn plek. Daar waar de relationele en seksuele vervlakking tot norm verheven wordt voor de massa, terwijl de Wallen opgedoekt worden, want dát kan ècht niet.

Maar nee, wat schets mijn verbazing. Er is een braaf bakfietsinitiatief dat een petitie gelanceerd heeft om de verfoeilijke reclameposters uit het straatbeeld te laten verwijderen. Er wordt iets geprutteld over goede zeden en zo en dat relaties erdoor op de klippen lopen. Daar zal ik hier verder niet op in gaan. Ik zag wat reacties van voor- en tegenstanders van de petitie en wat in me op kwam was het volgende. Tegenstanders van de Second Love reclames die het morele aspect van ‘de-kat-op-het-spek-binden’ hanteren, hebben waarschijnlijk weinig vertrouwen in de discipline van hun partners, of misschien zegt het meer over hun eigen onderdrukte gevoelens. Het lijkt of de campagne van Second Love een angst van velen onder de loupe legt of in de spotlights plaatst waardoor het heel groot wordt. Het wordt erg zichtbaar dat er een mogelijkheid geboden wordt om ‘vreemd te gaan’. Het wordt als wezen een consumptieartikel. Vandaar ook dat er reclame voor gemaakt wordt, zoals bij dergelijke artikelen gemeengoed is. Als de drankjes in een all-in resort. ‘Waarom drink je zoveel? Omdat het toch zowat gratis is!’

Ik blijf ageren tegen de trend om liefde en seks te degraderen tot consumptieartikel, terwijl het juist de meest intieme individuele uitingen zijn, die we kennen als mensen onderling. Second Love is voor mij niet meer dan de zoveelste uitwas van zedelijk verval en daling van het collectief IQ. Maar meer nog van een vervlakte gemakscultuur. Goedkoop is het. Waar zijn de tijden gebleven dat een mens zich nog in honderd bochten moest wringen om zijn of haar geheime liefde te ontmoeten. Hoeveel overspeligen zijn er nog die er zorgvuldig een levenslange geheime geliefde op na houden, omdat er meer dan vluchtige seks aan ten grondslag ligt? Dat zullen we nooit weten. Deze mensen behoren waarschijnlijk tot de discreetste soort. De soort waarbij de reis wèl belangrijker is dan de bestemming. En buiten gebaande paden loopt. Dat soort types vind je niet op Second Love. Ze dragen geen armbandje van het resort des levens. Ze bestaan simpelweg niet in die wereld. Ze bestaan enkel in liedjes, boeken en gedichten. En laten we dat vooral zo houden!